Geen categorie

Back to basic in Tasmanië 

Welkom terug lezers!

Het is weer tijd voor een online verhaal. De vorige keer liet ik jullie in spanning (ik vond het in ieder geval zelf best spannend) over wat mijn volgende bestemming zou zijn. Terwijl ik dit schrijf ben ik er inderdaad even tussenuit geweest en zit ik ondertussen in het Westen van het land . Ik heb dus heel wat knopen doorgehakt, sommige waren lastig, maar mijn innerlijke ikke vertelde mij dat het tijd was verder te gaan.

Het begon allemaal met een spontaan berichtje op Facebook (ja, soms heb je er dus wel nog iets aan). Ik was nog steeds koffie – de lekkerste van Melbourne – aan het maken toen ik een stoere foto voorbij zag komen met daarop een 4×4, 2 gasten en de vraag naar iemand die 2 weken mee wilt rondtrekken door Tasmanië. DIT WIL IK dacht ik in mijzelf. Klein probleem was dat zij over 4 dagen al zouden vertrekken en ik ondertussen 40+ uur per week draaide tussen de koffiebonen. Ik reageerde snel en dacht ik zie wel waar het schip strand.

Dat schip strandde redelijk snel en ik kreeg bericht terug dat ik mee kon. Daniele mijn manager was meer een maatje dan een baas, dus besloot ik mijn plan op tafel te gooien en zien of ik er zo snel tussen uit kon knijpen. Het feit dat het werk niet zo goed betaalde omdat ik tenslotte nog steeds een backpacker ben stelde mij gerust. Ik kreeg groen licht en die avond nog boekte ik mijn ticket naar het eiland ten zuiden van Australië.

Na een korte vlucht (Tasmanië ligt 240 km ten zuiden van het vaste land) loop ik het kleine vliegveld in Hobart uit. Buiten staan Flavien en Romain, een Frans koppel uit Parijs, op mij te wachten. Mijn moeder leerde mij vroeger nooit met vreemden mee te gaan. Reizen betekent echter dat je bijna altijd met vreemden praat, staat en gaat en dus duimde ik dat ze relaxed zouden zijn. Even zag ik voor me hoe het zou zijn 12 dagen met een stel randdebielen alles te moeten delen, maar ik bleef positief. Na onze ontmoeting wist ik dat het goed zat en mijn spotify lijst werd meteen goedgekeurd in de auto. Laat het avontuur maar beginnen!

dsc00284

Met zijn 3tjes reden we Hobart in opzoek naar een grote supermarkt om eten in te slaan voor de komende dagen. De jongens vertelden dat ze al bijna op het einde van hun reis zaten en al 11 maanden van huis waren, waarvan ze de afgelopen maand in de auto hebben rondgetrokken en geslapen. In de supermarkt merkte ik dat hun kampeer skills al redelijk ver ontwikkeld waren: we kochten voedsel in blik en alles moest zo goedkoop mogelijk zijn, maar toch lekker genoeg om wat aardige maaltijden te kunnen maken. Ik vond alles prima en voelde mij sinds lange tijd weer zo vrij als een vogeltje. In de namiddag reden we naar Mount Field National Park waar we die avond zouden kamperen. We zetten ons tweepersoons tentje op en verbouwden de achterbank van de auto tot bed, kookten op ons gemak en luisterden naar muziek. Ik voelde mij happy en had zin om de komende dagen simpel en eenvoudig te leven, geen drukte, tv, internet of stress. Genieten van kleine dingen was waar ik zin in had en wat er de komende dagen op het menu stond.

De volgende dag haalden we Sylvia, onze laatste compagnon van het vliegveld op en zat de auto propvol. De jongens kenden Sylvia van hun werk in Brisbane en hadden samen met haar een aantal maanden in een bakkerij gewerkt. Nu iedereen aan boord zat gingen we een beetje brainstormen over de route en besloten we aan de oostkust te beginnen. Iedereen stemt in met het idee zoveel mogelijk te besparen en dus rijden we die avond naar een free campzone, oftewel gratis kampeerplek. Hier kan je dus gaan en staan waar je wilt, maar de keerzijde van de medaille is geen douche of schoon water. Ik was wel wat gewend doordat ik vele zomers op festivals heb gesleten en was niet bang voor een beetje viezigheid. Zogezegd reden we af naar het plaatsje Friendly Beeches en zagen we voor het eerst hoe mooi de kustlijn van Tasmanië eigenlijk is: witte stranden, blauwe zee en grote rotsformaties laten het bijna tropisch lijken. Enige dat mist is het broeierige temperatuurtje, maar koud was het overdag gelukkig niet.

DSC00344.JPG
Kijken zover als we kunnen in Freycinet National Park
dsc00332
Free camping, de walibi’s krijg je er gratis bij
dsc00328
Friendly beeches

Met een krat bier maken we het gezellig en kijken we die avond naar de enorme hoeveelheid sterren in de lucht, zo zie je ze thuis niet. We maken plannen voor de rest van de trip en Sylvia en ik slapen die avond in het tentje. Nu de zon onder is wordt het aanzienlijk koud, dus we dragen 3 lagen en proberen warm te blijven. Na een koude nacht worden we ’s ochtends gelukkig weer gewekt door het zonnetje en maken we ons klaar om te gaan wandelen naar Wineglass Bay, een mooi stuk natuur midden in het nationaal park waar we ons bevinden.

Tasmanië is eigenlijk één groot nationaal park en terwijl het 1,5 keer zo groot is als Nederland, wonen er maar zo’n 500.000 mensen. De rest bestaat uit bomen, bergen, regenwoud, bloemenvelden en kustgebieden. Tel daar een enorme hoeveelheid wallabies (mini kangoeroes) bij op, hier en daar een boerderij, en je hebt Tasmanië. Hoewel veel reizigers het eiland overslaan (ik hoorde vaak het woord ‘saai’ voorbijkomen toen ik mijn plan vertelde) denk ik stiekem dat dit een van de mooiere plekjes van Australië is. Misschien ook maar beter dat het nog niet overspoeld wordt met de massa 😉

We kiezen een wandelroute van zo’n 5 uur en ik lieg als ik zeg dat het niet zwaar is, maar het uitzicht waarop de baai ons trakteert is een spektakel. We lopen door bossen, in de hitte, over uitgestrekte stranden en terug. Tasmanië is een pareltje en ik weet zeker dat de spierpijn die ik morgen heb het dubbel en dwars waard is. Vanwege de hitte en de klim mogen we lekker bezweet in de auto terug naar ons tentje. En dan slaat de realiteit even in als een bom: geen heerlijke koude douche of fris bed dat op je staat te wachten. Iedereen zit echter in hetzelfde schuitje en we gaan door met ons kampeer leven. Romain blijkt naast communicatiemedewerker ook een goede kok en we eten een lekker pastaatje en drinken rode wijn. De volgende ochtend heb ik opeens de drang in de zee te zwemmen. De rest verklaart mij voor gek omdat het ijskoud is, maar het boeit me niet. De zee is kraakhelder en ik voel mij erna weer heerlijk schoon (zoutwater is tenslotte ook gewoon water, toch?). We springen in de auto en rijden langs de kust op richting het noorden.

dsc00363

dsc00366

dsc00379

De jongens lijken op alles voorbereid, maar er is steeds één ding waarmee we in de fout gaan: genoeg schoon drinkwater bij ons hebben. We hebben geen tank of iets dergelijks, en met de hitte overdag raken onze gevulde flessen snel leeg. Omdat bij de volgende gratis camping alleen geel regenwater uit de kraan komt besluiten we die avond naar een betaalde kampeerplek te gaan. Ik ben er ondertussen achter dat ik nooit beste vriendjes met Sylvia zal worden (Trump is volgens haar een goede kerel bijvoorbeeld), maar dat is denk ik het risico dat je loopt als je besluit met vreemden op stap te gaan. Desalniettemin is het nog steeds gezellig en maken we plannen voor de rest van onze reis. We bezoeken Bay of Fires, een mooie baai met knaloranje rotsen. Dit blijkt echter niet de reden van de naam, maar werd zo genoemd door kapitein Tobias Furneaux die het in 1773 ontdekte en er de vuren van Aboriginals zag branden. Ook brengen we een bezoekje aan de grootste private lavendel boerderij ter wereld en eten we lavendelijs dat lekkerder smaakt dan het klinkt.

dsc00383dsc00388

Helaas schijnt niet altijd de zon in Tasmanië en wordt er regen voorspeld voor de komende twee dagen. Omdat we geen paleis op wielen of mega tent hebben besluiten we naar een hostel te gaan in Launceston, een stad in het noorden. Hier gaan we een dag schuilen, onze was doen, opnieuw eten inslaan en koffie drinken. De stad zelf stelt bijna niks voor en we spenderen de avond aan het kijken van de jaloersmakende go-pro filmpjes die de jongens hebben gemaakt tijdens hun reis. Het is goed om even tot rust te komen, want hierna zijn we van plan naar Cradle Mountain te vertrekken, een 1500 meter hoge berg in een van de meest geïsoleerde nationaal parken van het eiland.

Na een aantal uren rijden komen we aan in het bergachtige gebied. Omdat de free campings allemaal zo’n halfuur van het park afliggen en de auto benzine slurpt besluiten we voor een betaalde camping te gaan. Hoger in de bergen is het ook een stuk kouder en het idee van een warme douche voor het slapen gaan staat ons niet tegen. We kamperen zo aan de rand van het nationaal park en hebben zelfs een gezamenlijke keuken met open haard. Die dag maken we een kleine wandeling van zo’n 2 uur rondom het meer dat aan de voet van Cradle Mountain ligt en zien we hoe wild en onaangetast het gebied is. We komen onderweg zelfs een paar wombats tegen en kijken angstig naar de bergtop die we de volgende dag zullen gaan beklimmen.

dsc00527
Aanschouw Cradle Mountain (rechter top)

De volgende dag is het zover: we gaan ons wagen aan de 1500 meter hoge berg. Voor mensen die de Everest beklommen hebben lijkt dit misschien appeltje eitje maar we vinden het aardig spannend. Helaas zijn we niet uitgerust met hippe bergschoenen en op onze sneakers beginnen we aan de 16 kilometer lange tocht. We komen langs Wombat Pool (Wombat Poo op alle borden om een of andere reden) en lopen over houten steigers. We maken een korte klim en even denken we dat dit Cradle Mountain is, maar helaas blijkt dit pas het voorgerecht. Na twee uur bereiken we de voet van de berg en eten we snel onze couscous salade om nog wat energie bij elkaar te schrapen. Hierna volgt een 3 uur lange tocht waarbij we met handen en voeten onszelf naar boven weten te brengen. Het helpt helaas niet dat ik 1,68 ben maar als we kinderen van een jaar of 10 passeren geeft mij dit weer goede moed. De terugweg gaat gelukkig redelijk snel en na de klim zijn we best trots op onszelf. Ik stel voor een andere weg terug te kiezen dan we gekomen zijn, maar na een halfuur wenste ik dit idee nooit bedacht te hebben want we beginnen alweer aan de volgende klim. We knijpen hem een beetje om de laatste shuttlebus te missen: dit betekent teruglopen naar de camping  (zo’n 10 kilometer). Gelukkig komen we na 7 uur op tijd aan op de parkeerplaats en keren we moe maar voldaan terug naar onze auto. We douchen nog even snel illegaal op de camping (we zijn al uitgecheckt) en rijden door naar de volgende free camping, een grasveldje tussen de bergen waar we op dat moment de enige reizigers zijn. We maken vuur en eten voor de vierde keer die week pasta tonijn, die alsnog heel goed smaakt.

dsc00543
Het uitzicht mag er wezen 🙂

We willen langzamerhand weer richting het zuiden rijden en nog een leuke activiteit zoeken. Helaas blijkt alles peperduur (1,5 uur op een paard hobbelen kost bijvoorbeeld 160 dollar), maar we vinden met geluk een telefoonnummer van een klein kajakbedrijf waar we voor een mooi prijsje terecht kunnen. We gaan de rivier op met Liam, voorheen chef maar nu fulltime kajakinstructeur die met volle teugen lijkt te genieten van zijn werk en ons van alles verteld over de ‘flora en fauna’ van de omgeving. Fiona zijn vrouw heeft zelfs brownies voor ons gebakken en we mogen die avond in hun tuin kamperen als we willen. Sylvia en ik besluiten nog even om te slaan met onze kajak, maar achteraf kunnen we hierom lachen en rijden we geslaagd achter het kajakkoppel aan naar huis. Hun tuin grenst aan de rivier waar ze een zelfgemaakte hottub hebben staan: een badkuip waaronder je vuur kan stoken. Ideaal voor een romantische avond volgens Liam, maar het is helaas al redelijk koud en donker aan het worden en we maken ons weer klaar voor de nacht.

De resterende dagen spenderen we nogmaals aan kamperen en wandelen en vuur maken en pasta eten.  Na 12 dagen in de natuur rijden we terug naar Hobart waar ik afscheid neem van de rest en terug in het vliegtuig spring naar Melbourne. Tasmanië is een heerlijk stukje Australië en ik voel mij meer dan voldaan na dit mooie reisje. Terug in Melbourne mag ik een paar dagen crashen op de bank van Caroline en ga ik een nieuwe bestemming zoeken. Australië is nog steeds heel groot en er is nog voldoende te zien, misschien wel teveel. Daarom besluit ik bij mijn eerste idee te blijven en naar Perth (West Australië) te gaan. Ik zoek op internet naar een lift maar kan zo snel niks vinden dat in mijn plan past. Daarom koop ik een vliegticket en vlieg ik diezelfde donderdag naar het westen. Ik neem vooraf afscheid van de stad en iedereen die ik hier heb leren kennen en vind het best eng weer opnieuw te beginnen, maar dat hoort bij het hele gaan-en-staan waar je wilt stijltje.

Ik maak een einde aan mijn verhaal op de bank van een gezellig hostel in Fremantle, een klein stadje bij Perth. Ik heb nog geen concrete plannen gemaakt en ga de komende dagen de omgeving verkennen en mijn opties bekijken (en vrienden zoeken).

Wat ik meemaak en waar ik uithang zal ik jullie de volgende keer vertellen. Bedankt voor het lezen!

Cheers,

Loekie

Bekijk meer fotomateriaal hier

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s