Geen categorie

Eat sleap grape repeat

Mijn vader noemde mij vroeger wel eens Joep Meloen en mijn moeder wel eens druifje als ik weer eens niet zo snugger bezig was. Een druif voel ik mij op dit moment het grootste gedeelte van de dag, aangezien ik al zo’n twee maanden lang 6 dagen per week druiven pluk. Helaas niet die waar je wijn van maakt, maar die wat je bij de Appie koopt en thuis in een schaaltje op tafel zet. Ik neem jullie mee in mijn druivenavontuur.

Waar was ik eigenlijk gebleven? Het is meer dan twee maanden geleden dat ik iets van me liet horen, oeps. Ik heb echter een excuus: ik woon momenteel in een gehucht en de wifi is zo sloom als een slak. Daarbij sloopt dit werk je behoorlijk en voelt het op papier zetten van een paar woorden bij thuiskomst ongeveer zoals het schrijven van een nieuwe Harry Potter reeks. Maar hier zit ik, op zaterdag avond 19:00 ’s avonds met mijn kopje thee eindelijk weer een verhaaltje voor jullie te breien.

Tijdens mijn vorige verhaal was ik lekker met geld aan het gooien en slonk mijn bankrekening naar een dieptepunt. Tijd om mijn handen weer uit de mouwen te steken. Een van de doelen die ik mijzelf hier stel is het opdoen van zoveel mogelijk nieuwe ervaringen, maakt niet uit wat of hoe gek. Werken als barista in koffiemekka Melbourne kon ik van mijn lijstje afstrepen (deze is zo gek nog niet eigenlijk), dus ik wilde mijn zuurverdiende geld op een andere manier proberen binnen te harken. Aangezien het westen van Australië voor een groot deel uit platteland bestaat en waarschijnlijk meer schapen dan mensen telt was de keuze vrij simpel: ik zou mij gaan wagen aan het plattelandsleven. De term boerin vind ik zelf nog een beetje overdreven klinken, maar ik zal met dit verhaal een beeld proberen te schetsen van hoe het er hier aan toe gaat.

88 days a slave?

Ik ben overigens niet de enige die dit idee heeft. Elk jaar zijn er duizenden reizigers uit alle hoeken van de wereld die hier naartoe komen om mango’s te plukken, schapen te scheren of aardappelen te verzamelen. Voornaamste reden hiervan is de Australische regering, die heeft bedacht dat reizigers die 88 dagen dit soort farmwork doen worden beloond met nog een jaartje Down Under. Zo wordt het tekort aan handen op het platteland mooi opgelost en is iedereen blij. Toch?

Of dit laatste klopt zal ik zelf moeten uitvinden, want het plattelandsleven gaat niet altijd over rozen. Wat veel mensen vergeten is dat veel boeren hier zo afgelegen wonen dat de dichtstbijzijnde supermarkt zo’n 2 uur rijden is en men nog steeds een levensstijl hanteert die te vergelijken is met die van zo’n 50 jaar geleden. Deze mensen hebben geen whatsapp en zijn niet bezig met een veganistisch dieet of global warming. Racisme is hier heel normaal en het enige recht dat vrouwen vaak hebben is het aanrecht. Het zal dus ook geen verassing zijn dat veel van deze boeren misbruik maken van ons groentjes. Ik ben gewaarschuwd.

Voordat ik überhaupt kan oordelen over Australische boeren zal ik eerst een baan moeten vinden. Ik ging online op jobhunt maar de moed zakte mij al redelijk snel in de schoenen. Werk is op dit moment redelijk schaars en zelfs voor het melken van koeien moet je blijkbaar ervaring hebben. Als ik een advertentie tegenkom die in mijn straatje past is hij al bekeken door 10 miljoen andere mensen. Een advertentie op een strawberryfarm klinkt leuk tot het gedeelte ‘per 1000 plantjes die je in de grond stopt verdien je 40 dollar’. Ik weet niet of ik moet lachen of huilen. De competitie is moordend en ik zal het dus op een andere manier moeten aanpakken. Sommige mensen vertellen dat ze hun CV compleet faken en zo aan de bak komen, maar liegen is niet een van m’n sterkste kanten (en ik geloof in karma). Ik kom online een bedrijf tegen en besluit een training te volgen die mijn kansen op de arbeidsmarkt zou moeten vergroten.

Schapen scheren in York

Maandag 6 maart, 06:00    Mijn wekker gaat en ik word wakker in een nog snurkend hostel in Fremantle. Het is alweer bijna twee maanden geleden dat ik vertrouwd Melbourne achter mij liet. Ondertussen ben ik een aantal roadtrips, bijna aanrijdingen met kangoeroes, biertjes drinken op waanzinnige stranden en ontmoetingen met andere reizigers rijker. En tegelijkertijd ook een paar duizend dollar armer. Tijd om die spaarpot weer aan te vullen dus. Vandaag zal ik afreizen naar York, een minuscuul dorp zo’n 3 uur van Perth waar ik een paar dagen zal beleven hoe het is om op een boerderij te leven. We beginnen de training met een gezellige introductie waar onder andere wordt verteld welke slangen en spinnen je met rust moet laten wil je dit land levend verlaten. Ook wordt er verteld dat je nooit alleen moet gaan rijden en altijd iemand moet laten weten waar je naartoe gaat, want verdwalen is hier heel normaal en telefonisch bereik niet. De focus van de training ligt op twee aspecten van het plattelandsleven: graan en schapen, twee van de grotere in het Westen van het land. We bekijken een video waarin wordt uitgelegd hoe het werk er in een sheepshed uitziet en lezen die avond in een vrolijk boek alles over schapen en de winning van wol.

Vol goede moed stappen we de volgende dag in ons autootje en krijgen we een getekende kaart mee die ons naar de juiste schapenstal moet brengen. Onderweg halen we Potter op, een stoere chick die met schapen is opgegroeid en ons die dag zal begeleiden. Onderweg legt ze uit waar we naartoe gaan en waarschuwt ze dat de stal er misschien iets anders uitziet dan wat we ons voorstellen. Ik weet op dat moment niet precies wat ze bedoelt, maar als we aankomen wordt al snel duidelijk dat dit niet het schattige schapenstalletje is uit het kinderboek van de avond ervoor. Kort samengevat is de stal één grote teringzooi met daarin 4 bezwete mannen en een groepje schapen met grote ogen.

thumbnail_IMG_3037
welcome to paradise

We worden niet voorgesteld en mogen meteen aan de slag. Een grote gettoblaster gaat aan en Bon Jovi klinkt op de achtergrond terwijl de schapen een voor een bij hun poten uit het hok gehaald worden. De mannen hangen in een soort van schommel over het schaap dat ze scheren en alles gaat in een razendsnel tempo. Als ze eenmaal de complete vacht van het schaap geschoren hebben, rolt een ander de vacht op en gooit hem als een dekbed uit op een tafel. Hier begint het schoonmaken van de vacht: simpel gezegd moet alle kak, bloed en viezigheid van de vacht geplukt worden. Het wordt al snel duidelijk dat dit werk niet is weggelegd voor prinsesjes.

De winning van wol gaat in Australië meestal nog ouderwets met het scheerapparaat in de hand en zonder fancy machines of robots. Het is dus keihard werken, maar daar hangt ook een mooie beloning aan vast: men verdient $3 per schaap en scheert gemiddeld zo’n 200 schapen op een dag. De wol wordt vervolgens wereldwijd verkocht aan bijvoorbeeld Italië (mode-industrie) of China (waarschijnlijk warme kussentjes en slofjes).

Na twee uur hebben de mannen een smoko (sigaretje roken) en legt Potter uit waarom er zoveel shit, cunt en fuck geroepen wordt. Normaal gesproken eten schapen niet voordat ze geschoren worden zodat ze 1. een lege maag hebben en niet alles onder schijten 2. niet zoveel energie hebben en tegenstribbelen. De boer waarvan de diertjes zijn heeft hier duidelijk nog nooit van gehoord met als gevolg 4 gefrustreerde scheerders, bebloede schapen en slechte wol. Ondanks alle frustratie moeten we lachen als een van de scheerders in zijn ballen wordt gebeten en hebben we na een paar uur door hoe het werk in mekaar steekt. We verlaten de schuur vies, moe, maar voldaan. De scheerders trekken na het werk meteen een fles Jack open en rijden naar de lokale kroeg.

thumbnail_IMG_3043
Het was een gezellige dag

Life in Capel

Na mijn training in York rol ik per toeval in de wondere wereld van het fruit plukken. Ik krijg telefonisch een baan aangeboden op een grapefarm en de kraakstem aan de andere kant van de lijn geeft aan dat ik direct moet beslissen of ik akkoord ga of niet. Op dat moment heb ik niks te verliezen dus besluit ik de gok te nemen. Ik Google de boerderij vooraf nog even snel maar vind geen horror verhalen (eigenlijk vind ik helemaal niks over het bedrijf, is dit een goed of slecht teken?) en lift naar Capel – een spookstadje zo’n 2,5 uur ten zuiden van Perth. Daar wordt ik opgehaald door Anissa, een vrolijke Australische waar ik de komende weken bij zal wonen. Ze heeft haar eigen bedrijf en bemiddelt tussen boeren (waarschijnlijk zonder computer) die werk hebben en backpackers die werk zoeken. Haar hond Rustle vergezeld mij op de achterbank van haar truck en samen rijden we naar ons nieuwe thuis.

De boerderij is een charmant huisje in de middle of nowhere waar we met 6 backpackers wonen. Ik vind het iets weg hebben van een oase, omdat de buren een tig aantal kilometer verderop wonen en we palmbomen en een zwembad in de tuin hebben. Verder worden we omringd door weilanden en een paar honderd koeien. De dichtstbijzijnde winkel is een halfuur rijden en de dichtstbijzijnde discotheek waarschijnlijk 2,5 uur. Omdat ik een aantal weken in auto’s, tenten en hostels geleefd heb zijn een tweepersoonskamer en wasmachine opeens erg luxe. Het is stiekem ook wel lekker om even op één plek te blijven en niet constant als een schildpad met je gehele inboedel van a naar b te moeten reizen.

Het leven op het platteland is zeker weten iets anders dan in de grote stad. De enige watervoorziening hier is regenwater, waar wij dus ook mee douchen en schoonmaken (dit is schoner dan je denkt!). Verder ontsnapt er af en toe een koe en leert Anissa’s 15 jarige puber hoe ik met een shotgun om moet gaan. Hij blijkt een geboren cowboy inclusief leren hoed, laarzen en zweep van anderhalve meter. ‘S avonds wordt ik door een paar boeren mee genomen tijdens een potje Roo Shooting, waarbij ze met een blik bier in de handen vanuit hun truck opzoek gaan naar kangoeroes – en deze dus afschieten. Dit klinkt misschien zielig, maar simpel gezegd zijn er teveel kangoeroes die het leuk vinden om de weilanden en hekken in de omgeving te vernielen. We eten die avond Roo van de Barbie, dat stiekem heel lekker is.

DSC01096
De Oase
DSC01146
en de buren
DSC01256
Kangoeroes knallen

Dagboek van een druivenplukker

Na wat acclimatisering aan het plattelandsleven is het tijd om weer aan de bak te gaan. Ik bereid mij voor op hard werken en dit was geen verkeerde inschatting. Druiven plukken klinkt misschien romantisch, leuk en easy. Na dag 1 weten we wel beter: dit is keihard knallen voor de mensen die er een redelijke boterham mee willen verdienen. We worden namelijk niet per uur, maar per doos betaald. Hoeveel bier je dus die avond in de kroeg kan bestellen heb je helemaal zelf in de hand.

Dit laatste is trouwens misschien niet helemaal waar, want het blijkt dat Esten (mensen uit Estland, moest het zelf ook even Googelen) geboren druivenplukkers zijn. Zo is een van mijn druivencollega’s waarschijnlijk miljonair in eigen land, ik noem haar in dit verhaal De Machine. Waar wij met moeite op een dag bijvoorbeeld 70 dozen (= 700kg) rode druiven plukken, plukt De Machine er honderd. Ik probeerde in het begin van mijn druivenavontuur bij haar los te peuteren wat haar geheim is, maar De Machine laat geen woord los en neemt bijvoorbeeld geen pauze op een 9 uur lange werkdag. Ze gooit er twee blikjes Redbull in (een als ontbijt en een als lunch) en er pronkt zelfs een tatoeage op haar schouder met de tekst number one, refererend naar het feit dat zij vorig jaar kampioen plukker was. Achja, ieder zo zijn eigen hobby’s laten we maar zeggen.

DSC01158

DSC01159
hier lachen we nog 😉

Mocht je ooit een carrière in de druivenindustrie willen, dit is hoe een gemiddelde werkdag er ongeveer uitziet:

We lopen elke dag om 06:45 de vineyard in en maken nog ff een babbel voordat het sociale contact de komende 8,5 uur voorbij is. Iedereen heeft een eigen kar met daarop een weegschaal, dozen en zakjes. De bedoeling is: zoveel mogelijk dozen volknallen met mooie, zoete, schone druiven. De beroemde adder: veel van deze druiven zitten onder de schimmel, slakken of zijn niet rijp. Aan ons de eer er dus iets moois van te maken. En dat zo snel mogelijk. Godzijdank mogen we muziek luisteren, dit houdt mij persoonlijk op de been denk ik. Met wat Rage Against The Machine schieten de druiven de dozen in en vliegt de tijd voorbij. Meeblèren met Fuck you I wont do what you tell me totdat een van de toezichthouders voor mijn neus staat met de boodschap dat een van mijn dozen teruggestuurd is door de schuur waar hij gecontroleerd wordt. ‘There’s too much shit in it’. Je mag de doos vervolgens geheel opnieuw nagaan en schoonmaken. Klinkt als een droombaan toch?

Je denkt nu misschien waarom ik dit in hemelsnaam doe. Ten eerste omdat ik nog nooit zoiets als dit gedaan heb. Dit baantje is stiekem eigenlijk helemaal niet zo heel erg als wat dit verhaal misschien doet suggereren. Ik vind het heerlijk om elke dag in de buitenlucht te zijn en met je handen werken is ook wel eens iets anders dan 8 uur per dag naar een beeldscherm staren. Ten tweede voor de cash, of doekoe zoals Def Rhymes zou zeggen. Want als zielig druivenplukkertje sprokkel ik per week gemiddeld $1200 (zo’n €800) binnen. Hier gaan wel nog wat belastingcenten van af, maar hé verkeerd is het zeker niet. Dit betekent overigens wel dat ik elke avond om 9 uur kapot in bed lig en droom over druiven.

Een aantal foto’s niet gerelateerd aan druiven 🙂

DSC01167DSC01180DSC01221DSC01203

Gelukkig schijnt er licht aan het einde van de druiven-tunnel en zit mijn avontuur als druivenplukker in Capel er bijna op. Het wordt langzamerhand herfst in dit gedeelte van het land en dus tijd weer richting het zonnetje te rijden. Hard werken wordt overigens ook beloond, want ik heb onlangs mijn eerste auto ever gekocht! Ik ben totaal geen materialistisch persoon, maar damn wat voelt het goed om na hard werken je geld op deze manier te besteden . Bert (zo genaamd door zijn vorige eigenaar en past perfect) gaat mij hopelijk de komende weken veilig van hot naar her brengen. Hij heeft hier en daar wat roestplekken en krassen, maar zeker zo zijn charme en ik kan niet wachten om achter het stuur te kruipen en het gaspedaal in te drukken richting het noorden. Op het menu staat dus de komende weken een 4500 kilometer lange tocht richting Darwin in het Noordelijk Territorium van het land. Of ik hier uiteindelijk ook heelhuids aankom (Bert stamt uit de jaren 90 en plannen veranderen ongeveer elke dag) zullen jullie de volgende keer moeten lezen.

Bedankt voor het lezen en tot de volgende vanuit hopelijk het warme noorden!

 

Cheers,

Loekie

Advertenties

2 gedachten over “Eat sleap grape repeat

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s