Geen categorie

Life is a highway

Het leven is soms een feestje. Zo ene waarbij je niet naar huis wilt en voor altijd kan blijven door dansen. Leuke mensen om je heen en niet denken aan morgen. Op zo’n feest dans ik al bijna 6 weken, sinds ik mijn farmleven in Capel heb verruild met het leven op de weg. Ga klaarzitten voor een portie avontuur in het wilde westen, want ik heb weer een berg te vertellen!

24 mei 2017, 10:00    Ik pak mijn laatste spullen en zet ze in de kofferbak van Bert. Voor de eerste keer in maanden boeit het niet dat al mijn spullen in mijn backpack moeten passen, want ik heb opeens een huis op wielen, wat een luxe! In mijn uppie rijd ik de 2,5 uur lange tocht van Capel naar Perth en voel ik de vrijheid door mijn aderen stromen. Na een aantal weken bikkelen is het tijd om eindelijk weer datgene te doen waar ik voor naar Australië kwam: rondreizen, nieuwe dingen zien en alle leuke dingen die daarbij horen.

Ik check een weekje in in een hostel in Fremantle om de laatste voorbereidingen te doen: er moet eten ingeslagen worden, de nodige kampeergerei gekocht worden, Bert moet nagekeken worden en – misschien wel het belangrijkste van alles – ik moet opzoek gaan naar mensen die met mij  meewillen naar het noorden. Dat het hostel wel erg gezellig is en het standaard vrijdag tot en met zondag feest is is misschien niet heel voordelig voor de voorbereidingen, maar na het leven op de boerderij kan ik dit wel even gebruiken. Ik weet de auto te vullen met Sonja uit Duitsland, Fabio uit Italië en Pim die ook net 5 maanden gebikkeld heeft op een boerderij aan de andere kant van het land. Na wat passen en meten zit Bert propvol en rijden we weg uit Perth, op naar het zonnetje.

Wat staat er op het menu?

Ons doel is heelhuids in Darwin belanden en we denken hier zo’n 4-6 weken over te doen. De afstanden hier zijn (nog steeds) enorm en als we direct naar Darwin zouden rijden, moeten we hier volgens Google Maps zo’n 4500 kilometer voor afleggen. Dit is ongeveer dezelfde afstand als dat je van Nederland naar Oezbekistan zou rijden. Tel daar nog wat kronkeltjes en bochtjes bij op, en we zullen een aardige tocht gaan afleggen. Ik heb mijn huiswerk gedaan en uitgevogeld dat, ondanks dat het winter is, dit de beste tijd is om de westkust en het tropische noorden te bezoeken. Winter in het noord westen van Australië staat namelijk niet gelijk aan glühwein drinken en sneeuwpoppen maken, maar aan een droge, koelere periode met een niet al te heet zonnetje. Ideaal dus voor rondrijden en rondkijken.

aus

12 man, 3 auto’s and a lot of fun

De eerste nacht sluiten we aan bij het kampvuur van een andere Pajero en vanaf dan staat de teller op 8 man. Dit is niet alleen gezelliger, maar ook handig als je bijvoorbeeld zonder benzine komt te zitten of je auto besluit er helemaal mee op te houden. Waar we in de winkel nog vol vertrouwen dunne slaapzakjes kochten omdat het ‘vanaf nu alleen maar lekker weer is’, merken we die nacht dat het flink afkoelt en het toch nog koud zal worden de eerste dagen. Gelukkig hebben we een Deen inclusief bijl in de groep die nog redelijk oldskool opgevoed blijkt te zijn en ons elke avond voorziet van vuur om onze voetjes en voedsel in blik op te warmen. De tweede avond kamperen we op een strand en ontmoeten we Matt en zijn crew, wiens plannen overlappen met de onze en zich ook aansluiten bij de groep. We eten iets te pittige curry en vriezen ’s nachts nog steeds in onze slaapzakjes, maar de sfeer zit er goed in.

DSC01322DSC01340DSC01630DSC01352

Na een aantal dagen komen we aan in Kalbarri, het eerste ruigere gebied met bijhorend nationaal park. We hebben een beetje pech, want het park zelf blijkt gesloten te zijn voor onderhoud aan de wegen. Omdat we toch een glimp willen opvangen van het gebied, besluiten we met een tourbus het park in te gaan – dit is de enige mogelijkheid om het park op dit moment te betreden. De buschauffeur maakt flauwe grapjes en de gemiddelde leeftijd ligt rond de 60, maar we kijken uit op enorme rotsformaties en een 80 kilometer lange kloof die honderden miljoenen jaren geleden door een rivier werd gevormd.

De grappenmaker dropt ons bij de camping, we slaan een doos bier in bij de Thirsty Camel en zeggen de zon voor die dag vaarwel aan de rand van een enorme klif over zee. Een Australische zonsondergang is zelfs na bijna 10 maanden nog steeds niet saai en Kalbarri doet er nog even een schepje bovenop als we twee walvissen aan de oppervlakte van het water zien verschijnen. De enorme Humpback Whale blijkt het zuiden net zoals ons te koud te vinden en gaat in juni en juli op vakantie naar het Ningaloo rif gelegen in het warmere, tropische noorden.

DSC01601DSC01571

Het blijkt dat het kopen van een auto in Australië als backpacker altijd een gok blijft. De meeste auto’s hebben al redelijk wat kilometers op de teller staan, lekken olie of hebben andere problemen waar de verkoper je uiteraard niks over verteld. Zo heeft een van de andere auto’s blijkbaar de koppeling naar de filistijnen geholpen en moet deze zo snel mogelijk vervangen worden. Matt die de auto een aantal duizenden kilometers geleden heeft gekocht twijfelt er nog even over om terug te rijden naar Perth, maar na wat brainstormen en bellen besluit hij de koppeling voor een luttele 1500 dollar te laten maken en de tocht met ons voort te zetten. ‘Money is just money’ zegt Matt en zo is het, zolang je genoeg geld hebt om de volgende boterham te kopen is het onderweg zijn het mooiste wat er op dit moment is.

Op bezoek bij de prins

Als ik een vriend van mijn druivenavontuur vraag naar tips in het westen, raadt hij mij aan een bezoek te brengen aan de Hutt River Provence, een zelf-uitgeroepen en onafhankelijk staatje zo’n 600 kilometer ten noorden van Perth. De baas van dit gebied, of dorp (ik weet zelf niet zo goed hoe ik het moet noemen) is Prins Leonard I, een voormalige graanboer die mot had met de Australische regering over de graanquota en daarom in 1970 besloot zelfstandig te worden. Zijn prinsdom bestaat uit zo’n 100 burgers en hij heeft zijn eigen geld, kabinet en ‘leger’. We worden ontvangen door erfprins en oudste zoon Ian, die ons rondleidt en een Hutt River stempel in ons paspoort zet. Hierna ontmoeten we zijne koninklijke hoogheid in levende lijven: een 92 jarig klein mannetje die nog met veel passie vertelt over zijn rijk en met trots een persoonlijke brief van Queen Elizabeth laat zien. We kopen een paar souvenirs, wisselen dollars in voor wat Hutt River Dollars  en geven Prins Leonard I een hand voordat we zijn prinsdom uitrijden.

DSC01336
aandachtig luisteren naar Zijne Koninklijke Hoogheid

De Monki Mia dolphin show

We vervolgen onze weg richting Monkey Mia, waar je verassend genoeg geen wilde apen maar dolfijnen kan aanschouwen. Omdat het park in elke Lonely Planet en brochure staat beschreven zijn we benieuwd naar het spektakel. We planten onze tenten neer op de bijhorende, dure camping en zetten de wekker op 06:45. De volgende ochtend lopen we nog met slaap in onze ogen naar de pier en wachten we met zo’n 50 andere mensen op wat er gaat gebeuren. Een slecht verstaande vrijwilliger staat tot haar kruis in het koude water en vertelt ons over de groep dolfijnen die hier elke ochtend komt ontbijten. Opeens zien we een aantal vinnen in het water verschijnen en komen de camera’s en Iphone’s tevoorschijn. De flippers worden gevoerd en als je geluk hebt mag je ze zelf een glibberende vis geven. Na een halfuur is de show voorbij en druipt het publiek van het strand af. Monkey Mia klinkt waarschijnlijk spannender dan het is en gezien je bijna overal wilde dolfijnen in het westen ziet, mag je deze plek best overslaan.

DSC01689
Wie wilt deze flipper van een ontbijtje voorzien?

Zandhappen en spannende tijden voor Bert

‘Are you ready for some 4 wheel driving fun?’ vraagt de Deen mij op een ochtend. Ik kijk een beetje angstig naar Bert, maar ik heb niet voor niets deze bak gekocht: we gaan testen of hij nog fit genoeg is voor wat offroading, of te wel afwijken van de normale A2 richting onverharde, zanderige wegen door de bush. We komen aan bij het begin van de 40 kilometer lange weg waarbij we onze auto’s voorbereiden op wat komen gaat. Zo zetten we ze in de juiste 4WD stand (dit ligt aan het soort terrein) en moet er genoeg lucht uit de banden gelaten worden. Ook bespreken we wat te doen als iemand vast komt te zitten in het diepe zand en hoe we het besten door de bochten kunnen glijden. We zetten een safari lijstje op en gaan beginnen aan het avontuur. De weg is hobbelig, lang, maar Bert overleefd het en we keren heelhuids terug op de plek waar we lucht uit onze banden lieten.

DSC01718DSC01642DSC01785

Welcome to the Ningaloo

We zijn ongeveer een week onderweg en bereiken na zo’n 1500 kilometer het nog redelijk onbekende Ningaloo Reef, een 260 kilometer lang rif gelegen in het midden van de westkust. Ondanks dat het stukken kleiner is dan het Grote Barrière rif, is het zeker niet minder indrukwekkend. Het gebied is een van de laatste grote, gezonde rif systemen ter wereld en staat daarom ook op de World Heritage List. Dingen aanraken of meenemen is misschien heel verleidelijk, maar absoluut verboden. Dit is een plek waar snorkel- en duikfans (zoals ik 🙂 ) hun hart kunnen luchten en met eigen ogen kunnen genieten van al het moois onderwater. Naar deze plek had ik misschien wel het meeste uitgekeken sinds ik besloot naar Australië te vertrekken.

Het mooie aan deze plek is dat je, anders dan op de meeste plekken in Australië, kan gaan en staan waar je wilt en dat helemaal voor nop. Het rif begint namelijk op een aantal plekken slechts een paar meter vanaf het strand en je hoeft geen tour of boottocht te boeken om er te snorkelen. Wil je de grotere dieren die hier leven zien, dan is een dag snorkelen op een boot een goeie optie. Zo gaan we een dag de zee op om onder andere enorme roggen, haaien en schildpadden te spotten. Deze reuze roggen heten ook wel Manta Rays en kunnen tot 9 meter (!) lang worden. Het klinkt als je dit zo leest misschien allemaal een beetje eng of gevaarlijk, maar zodra je in het water hangt en dit spektakel aanschouwt verdwijnen alle zorgen als wolken voor de zon en geniet je volop (ik in ieder geval!!!). Vanaf de boot spotten we een enorme tijgerhaai en dit wordt later nog even dunnetjes overgedaan als we naar onze laatste snorkelspot genaamd ‘de wasserette‘ gaan. Ik snap de uitleg op de boot niet helemaal, maar als je de film Sharktale nog kan herinneren is het misschien iets duidelijker. De wasserette is namelijk een soort van rustplek, of carwash, waar de grotere vissen naartoe komen om zich schoon te laten maken door kleinere visjes. Deze grotere vissen blijkt een groep van zo’n 15 rifhaaien te zijn die liggen te chillen op het koraal. Mijn dag kan niet meer stuk.

140617_10140617_70140617_26140617_105

Als je naar de westkust van Australië gaat om te socializen word je in eerste instantie misschien een beetje teleurgesteld. Het grotendeel van de mensen die we hier onderweg tegenkomen hebben dikke caravans en grijze haren. Op een van deze caravans zag ik de tekst ‘Greyheaded Nomads’ staan en stiekem is het best cool dat Australiërs na hun pensioen het hele land door trekken. Ze zijn (meestal) in voor een praatje en nieuwsgierig waar je vandaan komt. Als onze Italiaan de zoveelste pasta carbonara staat te koken in de campingkeuken, raken we aan de praat met het duo Frank en Rosemary. Frank is van Italiaanse afkomst, maar woont al bijna zijn hele leven Down Under. Hij studeerde wiskunde, maar reist nu als goochelaar voor kinderen het hele land door. Ze vertellen ons over het ruige noorden en geven ons een aantal snorkeltips.

Op aanraden van de goochelaar rijden we de volgende dag het Cape Range National Park in dat grenst aan het rif en bezoeken we de Oyster Stacks. Je kan op deze plek alleen snorkelen tijdens vloed, omdat het zeeniveau anders te laag is en je het koraal beschadigt. Dit heeft vaak honderden jaren nodig om te groeien en is erg fragiel. De Oyster Stacks lijkt misschien vanaf het land geen hele interessante plek, maar zodra ik mijn snorkel opzet en in het water spring kom je terecht in een soort van onderwater dierentuin. Wauw! Ik heb nog nooit zoveel vissen in mijn vizier gehad en de biodiversiteit is enorm.

This photo is taken by AllWinner's v3-sdv

This photo is taken by AllWinner's v3-sdv

This photo is taken by AllWinner's v3-sdv

This photo is taken by AllWinner's v3-sdv

This photo is taken by AllWinner's v3-sdv

This photo is taken by AllWinner's v3-sdv

This photo is taken by AllWinner's v3-sdv

Als kers op de taart boeken we met de hele groep een walvishaaien toer. Dit is geen walvis en ook geen haai, maar de grootste levende vis op onze planeet. We worden opgehaald door 3 jonge Australische blondines (Sheila’s) die ons in de bus richting de pier wat vertellen over deze joekels. Zo is het een zeer bedreigde diersoort en weten we eigenlijk helemaal niet zoveel over ze. Wat wel duidelijk is, is dat het Ningaloo Reef een populaire plek is voor deze plankton-eters (en dus ongevaarlijk voor ons mensen). De gemiddelde walvishaai is zo’n 8 meter lang, maar grotere exemplaren kunnen tot wel 18 meter worden. Omdat deze vissen met uitsterven worden bedreigd, zijn er strikte regels over wat je wel en niet mag doen als je bij ze in het water springt. Zo wordt er uitgelegd dat je altijd 4 meter afstand moet houden en je de walvis niet mag aanraken. Een walvishaai heeft een enorm brede bek waarmee hij als een soort stofzuiger plankton en andere lekkere hapjes uit de oceaan filtert. Hang je in het water en zie je hem als een bulldozer op je afkomen, zwem dan zo snel mogelijk naar de zijkant en laat hem rustig passeren (hij zal dit niet voor jou doen 😉 ).

 

Ik denk dat aan het aantal uitroeptekens en foto’s die ik in bovenstaand stuk gebruikt heb te zien is dat ik een enorme fan ben van dit stukje Australië. Yes, het Ningaloo Reef staat ergens bovenaan m’n afgestreepte bucketlist en is een waar pareltje!

Karijini, klapbanden en kamelen

Na een aantal dagen verruilen we het turquoise water en de witte stranden van de Ningaloo in voor rood zand, rotsen en een woestijnachtige omgeving. Frank en Rosemary vertelden ons dat de weg en omgeving richting het noorden steeds ruiger zal worden en dit is vanuit de auto goed te zien. We rijden langs enorme termietenheuvels, door niemandsland en komen loslopende koeien langs de weg tegen. Af en toe ligt er een dode kangoeroe op de weg, een feestmaal voor enorme roofvogels die er gezellig omheen zitten. We moeten goed plannen wanneer onze auto’s dorstig worden en uitzoeken wanneer we het volgende tankstationnetje tegenkomen, zodat we niet stil komen te staan.

DSC01884DSC01900DSC01914DSC01920

We komen aan in Karijini National Park, waar ik eigenlijk helemaal niet veel over weet. Het is een rood, bergachtig gebied dat me een beetje doet denken aan de heuvels in Noord-Vietnam. We slaan ons kamp op bij een gratis kampeerplek en kijken naar een eindeloze trein van misschien wel 2 kilometer lang, die ijzer vanuit de mijn naar bestemming brengt. Tijdens het kampvuur bekijken en bespreken we een plan voor de komende dagen en spreken andere reizigers met lof over het park.

De volgende dag rijden we naar de eerste plek in het gebied, waarvoor we een 50 kilometer lange grindweg volgen. Ik weet ondertussen al redelijk hoe Bert in elkaar steekt en ondanks enorme stofwolken ondervinden we verder geen problemen. We komen aan bij Hamersley Gorge, een verscholen maar enorm mooi plekje aan de rand van het park. Het water ziet er uitnodigend uit, maar zodra ik mijn dikke teen in het natuurlijke bad steek voel ik dat het water steenkoud is. De laatste douche die we hebben gezien is alweer een paar dagen geleden, dus ik ga ervoor. Na het bad voelen we ons weer fris en fruitig en keren we voldaan terug naar ons tentenkamp.

DSC01943DSC01972DSC01967DSC01971

De volgende twee dagen bezoeken we de ene na de andere gorge (dit is een soort kloof waardoor water stroomt) en vinden we zwemmend en klimmend onze weg door het park. Karijini is een grote verassing, vooral ook omdat ik 0 verwachtingen van dit gebied had. We komen een ranger tegen die ons waarschuwt niet van de rotsen af te springen, omdat er – ondanks de waarschuwingen overal – nog steeds veel ongelukken gebeuren. Onvoorzichtige (of avontuurlijke?) bezoekers glijden vaak uit, springen in te ondiep water en breken vervolgens beide benen of nek. Het laatste wat je wil is per helikopter het gebied verlaten, dus we houden ons vanaf dat moment netjes aan de regels. Geen gebroken ledematen dus, maar wel de eerste lekke band onderweg naar de uitgang van het park. De band is aan flarden en lijkt meer op een klapband, maar de mannen verwisselen hem in no-time. De kans dat de volgende lekke band op de loer ligt is in dit gebied best groot, dus we moeten snel opzoek naar een nieuwe reserve. Gelukkig vinden we deze redelijk snel en goedkoop in het plaatsje Port Hedland en rijden we met een gerust hart verder richting het kustplaatsje Broome.

DSC02205DSC01974DSC02020DSC02033DSC02110DSC02159DSC02125DSC02095DSC02185DSC02190DSC02210DSC02208

Met vier volle banden komen we aan in Broome, een klein stadje in het noordwesten van het land dat vooral bekend staat om zijn parelvisserij. Back in the days zochten de Aboriginals hier al naar parelmoer en in het begin van de 20e eeuw kwamen vooral Japanners af op het gebied, vele anderen vonden het werk te gevaarlijk – en dat was het ook. Vele Japanners kwamen niet levend boven water en er ligt daarom ook een enorme Japanse begraafplaats in het stadje. Ik heb gehoord dat je als backpacker soms mee kan op een parelboot, maar er is helaas op dit moment geen werk. Tegenwoordig doet men dus nog steeds aan parelvissen, maar toerisme speelt nu een grotere rol voor Broome. Veel toeristen komen hier naartoe om een ritje te maken op een kameel op het beroemde Cable beach. Dit strand heeft zijn naam te danken aan de telegraafkabel die hier in 1889 werd aangelegd om West Australië met Java en uiteindelijk Londen te verbinden. Cable beach is overigens ook het laatste strand waar we kunnen pootje baden, want vanaf Broome naar het noorden wordt de zee bewoond door de voor ons levensgevaarlijke zoutwaterkrokodil. We brengen een bezoek aan de oudste, nog werkende openlucht bioscoop die nog veel charme uitstraalt en genieten van de laatste dagen aan zee.

DSC02224DSC02230DSC02239

Ben je er nog? Ja, ik weet dat ik al veel verteld heb maar je bent er bijna. Houd nog eventjes vol want het laatste gedeelte van de reis richting Darwin verliep niet helemaal vlekkeloos.. 

Zand happen en spannende tijden voor Bert, deel 2

Na Broome hebben we nog zo’n 1800 kilometer te gaan voordat we Darwin bereiken. Hiervoor hebben we twee keuzes:

1. via de snelweg, easy en makkelijk
2. via een 600 kilometer lange offroad weg, de beruchte Gibb River Road

Na wat wikken en wegen besluiten we natuurlijk voor het tweede te gaan, we zijn maar één keer in Australië en zien wel waar we belanden. We lezen online dat je een aantal rivieren moet oversteken, waarvoor de meeste dikke auto’s uitgerust zijn met een snorkel. Bert behoort helaas niet tot deze auto’s, dus bekijken we hoe hoog het water maximaal kan staan (we denken zo’n 50 centimeter). We slaan genoeg water, benzine en eten in en rijden vanuit het plaatsje Derby richting de Gibb. Onderweg komen we al het eerste compleet verwoeste en verlate backpackers busje tegen, maar dit schrikt ons niet genoeg af. Na twee dagen hebben we echter de volgende lekke band en zitten we met onze handen in het haar. Dit is geen mega probleem, maar we hebben (opnieuw) geen reserve band en de weg is nog zo’n 400 kilometer lang. Daarbij vertelden verschillende reizigers die van de andere kant kwamen, dat het slechtste wegdek nog moet komen. Aangezien Bert soms bijna uit elkaar leek te trillen, we bij een volgende lekke band echt in de shit zitten (want: verder op de weg geen mobiel bereik of monteur) en we bericht krijgen van een andere auto die zijn achterruit compleet heeft weggeslagen, komen we tot de conclusie dat de Gibb River Road misschien toch niet voor ons is weggelegd. Het risico is te groot en we besluiten terug te keren naar Derby voor een nieuwe band. Het is nog even spannend of we het redden met de benzine, maar we halen het net. We verzachten de pijn een beetje en bezoeken als alternatief de op één na grootste meteorietkrater ter wereld.

20227918_1809924079036655_299043661_oDSC08189DSC08126DSC08130

Na ongeveer 5,5 weken en zo’n 9000 kilometer verder rijden we Western Australia uit en het Northern Territory in. Dit is voor ons een denkbeeldige grens, maar het lijkt alsof de thermometer direct met 10 graden omhoog schiet en voor het eerst is het te warm om in de auto te slapen. De maximale snelheid die je hier mag rijden verandert van 110 naar 130, maar vanwege de vele koeien langs de weg houden we het bij een ‘veilige’ 100 kilometer per uur. Ook klokkijken verandert, het is nu 1,5 uur later dan in het Westen wat betekent dat de zon pas rond 7 uur ’s avonds ondergaat. Ik kan nog een uur doorgaan over dit gedeelte van Australië, maar dit bewaar ik voor de volgende keer.

DSC08248

Ik maak een einde aan mijn digitale verhaal in de achtertuin van John, onze host waar we een paar dagen in ruil voor wat klusjes een bed hebben. En nu dan? Dat is nog een beetje spannend, aangezien ik nog maar 2 maanden op mijn visum heb. Het geld gaat hard, er is ook nog genoeg te zien, maar weinig werk. Een punt achter een reis zetten als je geen retourticket hebt is best lastig en ik heb nog niet serieus gekeken naar vluchten richting Europa. Er zitten nog allerlei ideeën in mijn hoofd, maar wat de beste is, daar ben ik nog niet over uit en dit zullen jullie in het volgende verhaal moeten lezen.

Ik denk dat dit tot nu toe mijn langste verslag was. Een hele hoop informatie en foto’s bij elkaar, omdat deze trip simpel gezegd ook de vetste tot nu toe was. Hopelijk heb ik onze ervaring een beetje kunnen overbrengen, ga nu maar even relaxen want dat heb je verdiend! 🙂

Cheers,

Loekie

P.s. als je nog steeds niet genoeg foto’s hebt gezien, kijk dan even hier

Advertenties

Een gedachte over “Life is a highway

  1. Hei gelukzoeker. Mooi geschreven. Ben echt wel jaloers hoor. Geniet nog van je resterende tijd voordat je weer naar de mad world terug moet.
    Grt monique

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s