Geen categorie·reizen

Rondje Noordelijk Territorium

”Thank you for visiting Western Australia”

en

” Welcome to the Northern Territory”

Deze twee borden lachen ons toe als we de grens van deze twee staten passeren en we West Australië achter ons laten. Ondanks dat ik nu alweer in het zuiden van het land zit, heb ik nog wat te vertellen over het noordelijk halfrond. Een portie krokodillen, woestijn en iets met een grote rots. Komt ie!

Het Northern watte?

Voordat ik ga beginnen over wat we allemaal gedaan hebben, zal ik jullie eerst kort iets vertellen over de Northern Territory of Noordelijk Territorium van Australië. Dit omdat ik zelf helemaal niet veel over deze staat afwist en hij vaak wordt overgeslagen door de mede backpacker – iets wat best zonde is aangezien dit een interessant stukje Australië is.

Het Noordelijk Territorium is een enorm gebied dat bestaat uit een tropisch noorden en woestijnachtig zuiden. Ondanks de grootte leeft hier maar 1% van de Australische bevolking en is één derde daarvan Aboriginal, de oorspronkelijke bewoner van het land. Je kan er urenlang ronddwalen zonder een mens tegen te komen en er worden kamelenraces georganiseerd. Deze kamelen zijn trouwens een verhaal apart en horen stiekem – net zoals paarden en konijnen – niet thuis in Australië. Coole ontdekkingsreizigers die het Terra Nullius (Niemandsland) gingen ontdekken waren te lui om dit met de benenwagen te doen en hadden iets nodig om zich te verplaatsen. Paarden waren in deze tijd de standaard, maar vanwege de woestijn, hitte en enorme afstanden waren kamelen een stuk geschikter. Zo werden in 1840 de eerste levende vervoersmiddelen vanuit de Canarische Eilanden per boot overgebracht. Slechts één gelukkige kameel, genaamd Harry, overleefde het hele avontuur. Harry was het paradepaardje van John Horrocks die het zuiden van het land ging bekijken. Na Harry volgden meerdere schepen uit vooral het Midden-Oosten en was de kameel de Ferrari onder de vervoersmiddelen, totdat ze plaats moesten maken voor gemotoriseerde transportatie en door velen werden vrijgelaten. Dit zorgde ervoor dat er in 2008 naar schatting zo’n miljoen wilde kamelen rondhuppelden in de outback. Tegenwoordig zijn dit er aanzienlijk minder en worden ze, net zoals kangoeroes, in aantallen teruggedrongen door de mens.

Filmtip: de film Tracks, gebaseerd op een waargebeurd verhaal die gaat over kamelen in Australië. Ook te zien op Netflix geloof ik 🙂 

Genoeg geluld over kamelen, want desondanks dat er meer kamelen dan mensen leven in het noorden is er toch een hele speciale groep bewoners waar ik iets over kwijt wil: de Aboriginals van Australië.

Traditionele bewoners

Arnhemland is een voorbeeld van een gebied dat – ondanks zijn Nderlandse naam – in bezit is van en bewoond wordt door traditionele Aboriginals. De streek staat bekend om zijn vele rotstekeningen van duizenden jaren oud en ook de didgeridoo, die grote blokfluit gemaakt van Eucalyptus, komt hier vandaan. Je kan het gebied niet zomaar op eigen houtje gaan ontdekken en zal een vergunning moeten aanvragen wil je het gebied betreden. Ik heb ondertussen na 1 jaar al heel wat Aboriginals gezien en denk dat dit een goede keus is. Waarom? Deze mensen maakten zo’n 50.000 jaren geleden de oversteek van Azië naar Australië en zijn de langst bestaande en nog voortlevende traditionele cultuur op onze planeet. Men denk dat er maar liefst 800 verschillende stammen met elk hun eigen taal en rituelen hebben bestaan. Deze mensen gebruiken geen smartphone, kijken geen nieuws om 8 uur of gaan naar de supermarkt voor een pak melk. Nee, deze mensen overleven al duizenden jaren zonder alle gemakken die wij hebben in de natuur. Bepakt met boemerang jaagden zij op kangoeroes en het begrip ‘bezit’ kennen zij niet, waardoor ze een stuk land niet als hun eigendom beschouwden – iets heel moois waar de rest van de wereld nog wat van kan leren. Wij westerlingen gooiden met onze komst in 1770 aardig wat roet in het eten omdat land, rechten en levens letterlijk werden afgepakt. Kinderen werden van hun ouders gescheiden voor ‘heropvoeding’ (wat dat ook moge inhouden) en men vond de Aboriginals maar rare snuiters. Dit alles gebeurde allemaal heel recent, maar in de jaren ’60 kregen ze stemrecht en in 1992 mochten ze stukken land gaan terugeisen. Als kers op de taart bood de minister president in 2008 namens alle cowboys en wereldreizigers van het land zijn excuses aan en werd de gelijkheid van iedereen in het land benadrukt.

Wees niet bang, ik heb foto’s gemaakt in deze periode. Uit respect heb ik simpelweg geen eigen beeldmateriaal van ze. Daarom een fotootje van Google om een beeld te schetsen van deze bijzondere mensen

 

 

Hoewel hun positie in de maatschappij op papier dus verbeterd lijkt te zijn, bestaat er in realiteit nog steeds een grote mate van ongelijkheid. Dit is vooral zichtbaar in steden, waar zij overduidelijk niet helemaal zoals de rest van het land kunnen functioneren. Dit was de eerste plek waar ik een Aboriginal zag en ik vond het een bitterzoete ontmoeting. Zij zitten hier meestal verdoofd in een park of met een fles drank op straat. Alcoholisme is een groot probleem voor de Aboriginals (overigens ook voor de rest van het land), omdat een biertje of glaasje rood simpelweg niet bestaat in hun cultuur. Het is lastig contact met ze te leggen, omdat ze niet echt oogcontact maken en nauwelijks geïnteresseerd lijken om een gesprek aan te gaan (dit komt misschien ook wel door een taalbarrière). Je ziet ze niet of nauwelijks werken in winkels of kapsalons en ze zien er ongezond uit. Het lijkt bijna alsof ze geen kans krijgen om te integreren in die rare, westerse wereld die pas zo’n 200 jaar geleden door de whitefella’s (westerlingen) aan ze werd voorgeschoteld. De overgang van jager met boemerang naar eenentwintigste eeuw met alles binnen handbereik is denk ik simpelweg te groot.

Ondanks dat ik dus een beetje geschrokken ben hoe het met deze mensen gesteld is in de steden, zijn er gelukkig nog genoeg afgelegen gebieden waar de Aboriginals kunnen leven zoals zij dit al duizenden jaren doen. Zij bezitten deze grond en toerisme wordt hier met mondjesmaat toegelaten in de vorm van rondleidingen en het showen van hun rituelen en overlevingstechnieken. Ook wordt er veel aandacht besteed aan een enorm aspect van hun cultuur: de droomachtige, kleurrijke kunstwerken die zij al duizenden jaren maken. Deze werden eerst gemaakt op bijvoorbeeld boomschors of rotswanden, maar tegenwoordig gebruikt men vooral schildersdoeken. Je vindt de schilderijen door het hele land, meestal in galerijen of musea. De kunstwerken representeren meestal een aspect uit de Droomtijd, verhalen die generaties lang doorgegeven werden en belangrijke informatie of levenslessen bevatten. De Aboriginals hebben geen eigen geschreven taal, dus kunst is voor hun een manier om te communiceren.

00c5b7f41d4842df9f6a942af487c71f-aboriginal-painting-aboriginal-artists.jpg

Vrijwel elk schilderij is gemaakt met stippen. Dit komt niet omdat Aboriginals stippen zo mooi vonden, maar omdat zij de boodschap van hun kunst geheim wilden houden voor buitenstaanders zoals de whitefella’s. In sommige schilderijen zul je direct symbolen herkennen, maar het hele verhaal achter een kunstwerk ligt vaak complexer dan dat het lijkt.

Ik hoop dat ik voor jullie met deze kleine introductie een beeld heb kunnen schetsen van de geschiedenis en bewoners van het land. Dan gaan we nu over naar het leukere gedeelte van het verhaal: de dingen die we met onze eigen ogen gezien hebben!

Chillen tussen de krokodillen

Voordat we Darwin bereiken, staan er eerst nog twee natuurparken op het menu waar zeker wat aandacht aan besteed mag worden. Ik heb het over Litchfield en Kakadu, twee enorme gebieden zo’n 150 kilometer ten zuiden van Darwin. Ik ga niet alle wandelingen die we gemaakt hebben tot in detail bespreken, maar zal kort wat laten zien omdat deze gebieden op hun eigen manier best speciaal zijn.

Zo is Litchfield een groen, tropisch gebied met enorme watervallen,kleinere riviertjes en natuurlijke zwembaden waar je heerlijk kan chillen. Een waar paradijs dus als je even wilt afkoelen en zoals ons soms dagen geen douche aanraakt. Het leek ons een leuk idee om een stuk mee te dobberen op een van deze riviertjes, maar stiekem waren we allemaal een beetje nerveus voor de potentiële krokodillen die op de loer liggen. Oké, dit is misschien een beetje overdreven, maar het is algemeen bekend dat er overal in het noorden krokodillen leven en je op je hoede moet zijn. In Litchfield staan gelukkig overal borden dat het gebied ‘krokodil vrij’ gemaakt is, maar toch heb ik even kriebels in m’n buik als ik het pikzwarte water inga.

DSC08282

DSC08284

DSC08286

Het mooiste stukje van Litchfield vind ik het mini regenwoud gelegen bij een van de grotere zwemvijvers. Zodra we over de vlonders naar ‘binnengaan’ (zo voelt het, want het is compleet anders dan de rest van het gebied) beginnen de muggen je lek te prikken en hoor je tientallen vogels boven je krijsen. Althans dat dacht ik, totdat ik naar boven kijk en hele groepen vleermuizen in de bomen zie hangen. Dit zijn de Flying Foxes, die een beetje lijken op hondjes met vleugels. Vleermuizen zijn hele grappige dieren en een belangrijk onderdeel van het Australische ecosysteem. Ik heb ze zelfs op een zomeravond in Melbourne in hele groepen over de stad zien vliegen.

DSC08287
Wie goed kijkt ziet een paar foxes bungelen

 

Omdat we (gelukkig) geen krokodillen tegenkomen in het park maar we toch graag een glimp zouden willen opvangen van deze enorme reptielen besluiten we een boottocht te maken op de Mary River, die hierom bekend staat. We stappen aan boot van de reïncarnatie van Steve Erwin: een echte Ozzy bloke inclusief cowboyhoed die enthousiast begint te vertellen over de rivier, die overladen blijkt met de reuzen. Nergens ter wereld vind je zoveel zoutwaterkrokodillen als hier, die gemiddeld 5 meter lang zijn en 500 kilo wegen. Er zijn dus twee soorten krokodillen: de zoetwaterkrokodil, ook wel freshies, die relatief ongevaarlijk zijn en je alleen bijten als je te dichtbij komt. Dan heb je ook nog de zoutwaterkrokodil, oftewel salties, waar je liever met een boog omheen loopt. De salties staan erom bekend agressief te zijn en zullen geen genoegen nemen met een lekker touristje. Steve legt daarom uit dat we absoluut geen armen of benen buiten de boot mogen laten bungelen en netjes op onze plaats moeten blijven zitten. Wij nemen hem maar al te serieus als de boot begint weg te varen, opzoek naar de crocs. Onderweg leren we van alles over de flora en fauna van het gebied en blijkt dat het ook bewoond wordt door enorm veel vogels. We stoppen even bij een lijp kijkende vogel en het verbaasd me niet als Steve uitlegt dat ook deze dodelijk kan zijn voor ons. Ik denk dat Australie de plek is met de meest dodelijke dieren op deze planeet.

DSC08443DSC08439

Zoals beloofd spotten we een aantal salties en blijven alle ledematen veilig binnen de boot. De foto hierboven is de enige die ik kon maken als bewijsmateriaal. Krokodillen zijn nogal verlegen als het gaat om foto’s en verschijnen meestal alleen een enkele minuut aan de oppervlakte van de rivier. Enfin, ze zijn er, we hebben ze gezien en het was bloody awesome

Na Litchfield brengen we een bezoek aan het enorme Kakadu, een plek met nog meer krokodillen maar vooral veel geschiedenis. Kakadu is namelijk een van de plekken waar je eeuwenoude Aboriginal kunst kan bewonderen in de vorm van rotstekeningen. Zo is er een grot met tekeningen waar zelfs nog restanten van kampvuren op de muren zit. Er wordt verteld dat veel van de tekeningen helaas al bijna vergaan zijn doordat mensen ze in het verleden hebben aangeraakt, maar er zijn nog steeds genoeg interessante kunstwerken te zien. Men denkt dat sommige werken zo’n 20.000 jaar oud zijn, maar de meest recente tekeningen werden zelfs nog in de jaren ’80 gemaakt. Tegenwoordig leven er geen Aboriginals meer in het gebied en is het puur een toeristische trekpleister, maar wel een hele mooie waar nog met veel enthousiasme over ze wordt verteld.

DSC08342DSC08355DSC08348DSC08403DSC08389

Darwin is calling

We verlaten de wetlands, rotstekeningen en krokodillen en rijden door naar de finale van onze trip: Darwin, de hoofdstad van het Noordelijk Territorium. De stad is vernoemd naar Charles Darwin die grappig genoeg nooit voet aan wal heeft gezet in de stad (voor de nieuwsgierigen:  blijkbaar was Charles Darwin bevriend met de kapitein van het eerste Britse schip dat de haven van Darwin indreef). Als ik aan Darwin dacht, dacht ik aan een soort van Crocodile Dundee gebied met houten kroegen en cowboys. Als we de stad naderen blijkt niets minder waar: Darwin is een moderne, ontwikkelde stad met normale geasfalteerde wegen en een grote gele M op elke hoek van de straat. De reden hiervoor is waarschijnlijk dat de stad veel heeft moeten trotseren en een aantal keren volledig opnieuw gebouwd is. Zo werd het tijdens de Tweede Wereldoorlog meerdere malen door de Japanners platgebombardeerd en in de jaren ’70 grotendeels verwoest door een razende cycloon. Hedendaags is het een groen gekleurde stad vol tropische planten en palmbomen. Op zondagavond vindt er een grote markt plaats waar je je kan volproppen met internationaal eten en is het kijken van de zonsondergang op het strand een traditie voor zowel toerist als lokale bewoner.

Darwin is leuk, maar we willen niet te lang in de stad blijven hangen want voor een gammel hostel bed betaal je 30 dollar per nacht en het is heel verleidelijk elke avond aan de bar biertjes te drinken. De groep is ook redelijk gammel en valt helaas uit elkaar: de één vertrekt naar huis, de ander naar de oostkust en een aantal mensen – waaronder ik – beginnen aardig blut te raken en moeten zorgen dat er weer geld binnenkomt. Het plan is om werk te vinden in Darwin en we verwachten dat we redelijk snel aan de bak kunnen. Rondom de stad zien we namelijk genoeg mangofarms en de haven ligt vol met vissersboten die dagelijks de Timorzee opvaren. Natuurlijk gaat nooit iets volgens plan en blijkt het vinden van een baantje (alweer) geen makkelijke opgave: de mango’s hangen over 1 dikke maand pas aan de bomen en ook het vissersseizoen is nog niet in volle bloei.

Om geld te besparen logeren we een aantal nachten bij John, een aardige Ozzy die we online vinden en een paar bedjes voor ons heeft. In ruil voor het schoonmaken van zijn zwembad of maaien van zijn gras mogen we hier gratis verblijven. Pluspunt is ook dat hij supersnelle Wifi heeft (of op normale snelheid, wat voor Australische begrippen ultra snel is), zodat we online verder opzoek kunnen gaan naar werk. Na een aantal dagen komen we tot de conclusie dat dit werk er niet is en we ons zullen moeten verplaatsen. We verlaten Darwin met zijn 4tjes en rijden naar het zuiden, door de woestijn opzoek naar werk.

Pootje baden in het regenwoud

Voordat we de woestijn bereiken rijden we eerst nog een stuk door een ware oase genaamd Mataranka. We zijn in Mataranka omdat ik via via heb gehoord dat er twee grote meloenenfarms zijn die regelmatig backpackers aannemen. Normaal gesproken klop je bij de ‘Jobshop’ aan voor een baantje, maar helaas is de shop op de vrijdag dat we aankomen gesloten wegens een nationale feestdag en zullen we maandag moeten terugkomen. Wat gaan we het hele weekend in Mataranka (een gehucht bestaande uit enkele straten) doen? Er schijnen een paar hotsprings in de buurt te zijn die we besluiten uit te checken. Maar eerst nog even bij de meloenenboer langs om ons gezicht te laten zien.

De meloenenboer heeft geen goed nieuws: zijn schuur zit al vol en hij zal ons een belletje geven als er iets vrijkomt (dat belletje gaat er waarschijnlijk nooit komen). Meloenenboer 2 heeft een vergelijkbare mededeling. Shit. Dan maar op naar de hotsprings om wat stoom af te blazen.

Het is boven de 30 graden en het water ziet er adembenemend uit, maar een verkoelende duik zul je hier niet nemen. Het water van de natuurlijke baden ligt namelijk ook rond de 30 graden en voelt aan als een soort van enorme sauna. Daarbij is het weekend en hangt ongeveer het hele dorp op zwemworsten (die dingen wat blijven drijven, ik weet niet of dit de officiële benaming is) in het water. Toch is het een bijzondere plek, een kraakhelder verwarmd zwembad midden in de jungle.

DSC08453DSC08466

We besluiten die avond een camping in de buurt te zoeken en stuiten op een enorm gezellige plek, de Little Roper Stock Camp inclusief kampvuur, waterbuffels en een homemade douche. De camping wordt gerund door een koppel uit de outback die geen baat hebben bij het verdienen van veel geld (zo betalen we 4 dollar per nacht) en een verzamelplek willen creëren voor reizigers.

Bert had het op de weg naar Mataranka even zwaar, want de uitlaat valt onder de auto uit na het bezoeken van de meloenenfarm. Gelukkig en toevallig is een van mijn passagiers een lasser en mogen we van de campingeigenaren een lasapparaat lenen om de uitlaat te maken. We hebben geen enorme krik of brug om de auto op te rijden, maar vinden na wat stuntelen toch een manier om de auto voor de helft op een boomstam te rijden (dit klinkt allemaal heel gevaarlijk maar het werkte). Marvin de lasser knapt Bert op en zo zijn we weer klaar om door te rijden naar het zuiden.

Trip to The Rock

De volgende stop is een bijzondere en ligt precies in het midden van het land: Uluru, of The rock, een enorme rots midden in de woestijn. Het is vanaf Mataranka zo’n 1500 kilometer rijden dus we hebben weer een flinke tocht voor de boeg. Voordat we Uluru bereiken, zullen we eerst langs Alice Springs komen, een geïsoleerde stad midden in het land. We komen onderweg de befaamde wilde kamelen tegen (joepie!) en vreten heel wat kilometers op onverharde grindwegen. Gelukkig blijft een derde lekke band uit en kamperen we midden in de bush. We komen zelfs oog in oog te staan met een Dingo, de  wilde hond die erom bekendstaat problemen te kunnen veroorzaken. Het wordt bijvoorbeeld afgeraden ’s nachts alleen naar de wc te lopen. Gelukkig is hij alleen geïnteresseerd in ons afval en raden de buren aan onze spullen en schoenen goed weg te stoppen.

Naamloos

DSC08477DSC08495DSC08517DSC08543

Zoals gezegd is Uluru geen gewone steen, kei of rots maar eentje met best wat geschiedenis. Ook hier spelen de Aboriginals weer een rol, want voor hun is dit een hele belangrijke en heilige plek. De rots is verbonden met hun Droomtijd en de vormen en scheuren hebben allerlei betekenissen voor het volk. Daarom mag je niet van elk stuk een foto maken en wordt het afgeraden de rots te beklimmen. Toch zijn er natuurlijk elk jaar weer een aantal eigenwijze toeristen die de klim aangaan, wat soms fatale gevolgen heeft vanwege hitte, uitdroging en simpelweg uitglijden (eigen schuld dikke bult?). Bij de steen ligt een informatiecentrum waar je Aboriginals hun traditionele kunst kan zien maken en er wordt verteld over de geschiedenis van het gebied. Ondanks dat het inderdaad erg toeristisch is, zijn we erg onder de indruk. Rondom het park liggen meerdere hotels en resorts (voor ons onbetaalbaar), maar we vinden een freecamp dat stiekem het beste plekje van het hele park is. De camping ligt namelijk iets hoger gelegen en kijkt uit op Uluru en omliggende woestijn. Dit is denk ik mijn favoriete kampeerplek ooit. Vanwege het woestijnklimaat koelt het ’s avonds vies af, maar verschijnen zodra de zon vertrekt enorm veel sterren en is het verrassend stil in de omgeving. Ik snap best waarom de Aboriginals dit zo’n bijzondere plek vonden, want dat is het!

DSC08577DSC08597DSC08624DSC08642DSC08650

We rijden ongeveer in een hele week van noord naar zuid (zo’n dikke 3000 kilometer) en komen aan in Berri, een klein plaatsje waar veel boerderijen liggen. Ik weet nog dat iemand mij vertelde over een erg leuk hostel, dus bel ik op om te vragen of er plek is. Andy de manager heeft een paar bedden vrij en we besluiten naar Berri af te reizen. Eenmaal aangekomen blijkt dat we in een Yurt slapen, een traditionele Mongoolse tent gemaakt van lappen en hout. Ik word helemaal enthousiast als ik ons vertrek inloop en na zo’n 2 maanden in een tent geslapen te hebben is een normaal bed een enorme vooruitgang. Af en toe komt de hostelkat op bezoek, het hostel zelf is een rommeltje maar wel heel gezellig. Het is jammer dat het nog best koud is, want er zijn boomhutten, een zwembad, bar, volleybalveld en zelfs sauna gebouwd door de voormalige, Zweedse eigenaar. Een waar paradijs voor ons backpackers dus!

DSC08675DSC08678DSC08682

Helaas komen we niet om te luieren, maar willen we werken. Het blijkt dat ook hier het seizoen nog moet beginnen, maar er zijn een aantal baantjes waaronder sinaasappelen plukken. Aangezien mijn baantje als druivenplukker prima was bevallen, besloten we aan de slag te gaan tussen de sinaasappelen. Zoals de meeste baantjes in fruitplukken werden we ook hier per stuk betaald en was ons doel dus zoveel mogelijk sinaasappelen in een grote container knallen. Deze wordt ook wel bin genoemd en je krijgt per volle bin 25 dollar. We hadden in het hostel een Canadees ontmoet die per dag zo’n 7 bins in zijn eentje vulde, dus zagen het allemaal wel zitten. Het eerste uur ging goed, we hadden muziek en best nog plezier in het werk. Na 3 uur raak je echter redelijk moe, het is warm en soms moeilijk plukken. Je moet namelijk alle sinaasappelen uit de boom halen, ook die wat op 3 meter hoogte hangen. Gelukkig wel met ladder, maar dit klinkt waarschijnlijker makkelijker dan het lijkt. Daarbij zitten er soms stekels in de bomen en zagen we er na een dag plukken uit als holbewoners. Na drie dagen gemiddeld zo’n 50 dollar per dag verdiend te hebben besloten we dat sinaasappelen plukken niet in ons bloed zit. Respect voor de Canadees, maar we konden het gewoon niet opbrengen hier voldoende geld mee te verdienen (ondanks alle Red Bull).

Plan B. Was die er? Pim vertelde over zijn ervaring in Mildura, een ander boerengebied zo’n 150 kilometer verderop. Ik wist dat Mildura een slechte naam had rondom backpackers, er werd slecht betaald en de boeren behandelen je soms als stront. Op dat moment hadden we echter niet echt een keus, er moest nu een baantje komen want onze bankrekeningen stroomden leger en leger. Zogezegd vertrokken we naar Mildura, waar ik tot een paar dagen geleden zo’n 3 maanden heb gewoond. In die maanden heb ik verschillende baantjes gehad op o.a. wijngaarden, alsnog sinaasappelvelden, in een avocadoschuur en een nursery (niet voor oude mensen, maar plantjes). De beurs is weer gevuld, Bert is (met een traantje) verkocht en ik ga Australië voor het eerst na een dik jaar verlaten! Dit is een raar gevoel, maar het is tijd om wat Aziatische cultuur te gaan snuiven. Azië heeft mijn hart veroverd en je kan er relatief een stuk meer met je dollars dan hier. Daarbij ben ik de westerse steden en mensen wel even beu en kijk ik uit naar strand en palmbomen. Over een paar dagen vliegen Pim en ik naar de Filipijnen, op naar zon en goedkope rum.

Ik wil proberen ook hier door te gaan met mijn blog, of dit gaat lukken is een 2e – zoals jullie gemerkt hebben raak ik mijn laptop op reis niet zo vaak aan (oeps) en heb ik geen idee of er zoiets als wifi bestaat in de Filipijnen. We zullen het zien!

 

Alweer bedankt voor het lezen en misschien tot de volgende keer vanuit Azië!

Cheers Loekie

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s