reizen

Rum en kokosnoten in de tropen

Welkom bij rum en kokosnoten in de tropen, mijn eerste verhaal vanuit Azië dat ik met een beetje geluk heb kunnen schrijven op Palawan, de Filipijnen. Ik zal maar meteen met de deur in huis vallen: het is hier prachtig. De zee is hemelsblauw. De rum goedkoop. Het zonnetje is aanwezig. We voelen ons deze laatste dagen van onze 3 weekse trip best een beetje als geluksvogels, maar dit hadden we ook wel even nodig na al die Australische boerderijen. Ik ga jullie wat vertellen over dit land, niet teveel want daar is het zonnetje te lekker voor!

Welcome to the Philippines

Na een vlucht van zo’n 18 uur en een nacht te hebben doorgebracht in Singapore komen we aan in de aankomsthal van Cebu, een van de 7000 eilanden van het land. Onze eerste missie: ergens geld vandaan toveren. Ik heb online gelezen dat pinnen nogal een probleem kan zijn dus we steken onze pinpas in de eerste beste automaat en hopen dat er wat uitkomt. Gelukkig slagen we erin beiden 10.000 pesos (zo’n 167 euro) te pinnen en is dat probleem uit het zicht. Volgende missie: zorgen dat we heelhuids bij het hostel terecht komen. We lopen langs een bushalte en besluiten de lokale bus richting het stadscentrum te nemen. Ik koop twee kaartjes en moet 80 pesos betalen. Ff kijken op m’n telefoon hoeveel dit in euro’s is. Ik weet dat het hier goedkoper zal zijn maar heb nog steeds geen flauw idee van de prijzen. We betalen samen €1,30 om een uur in de bus te zitten. Dikke prima.

Wat kost alles hier ongeveer? Voor een biertje betaal je 50 pesos (€ 0,83) en eten ligt tussen de 100 pesos (€ 1,70) bij lokale tentjes op straat tot 300 pesos (€5) voor het ‘sjiekere dineren’. Slapen in hostels doe je tussen de 300 en 600 pesos per nacht.

We worden gedropt bij een winkelcentrum in het midden van de stad en besluiten eerst wat te eten na onze lange vlucht. Een boos kijkende man inclusief geweer staat bij de ingang en controleert ieders tas. Is het dan toch onveilig in dit gedeelte van het land? Ik heb vooraf namelijk goed uitgezocht waar we wel en niet kunnen komen als toerist. Zo is het zuiden van het land op dit moment een no-go vanwege de Islamitische Staat en terreurdreigingen. Althans dat zegt de Rijksoverheid. We nemen liever het zekere voor het onzekere en blijven netjes binnen de groene gebieden.
Nadat we ons hostel bereikt hebben, tassen gedropt en slippers aan de voeten hebben gaan we eens kijken wat de stad te bieden heeft. De eerste gedachte die door mijn hoofd schiet is: yes! ik ben weer in Azië. Wat we zien is drukte, rommel, loslopende honden, gevaarlijk hangende elektriciteitskabels, rare gekleurde auto’s. Deze auto’s heten Jeepneys en zijn een deel van het openbaar vervoer. De uitlaatgassen vliegen je om de oren en ik krijg flashbacks bij het oversteken van de straat: beter met je ogen dicht. Nog een grappig feit is dat ze hier kerst vieren. Het merendeel van het land is Christelijk en dus staat hier ook elk einde van het jaar de kerstboom op. Ook al is het pas eind november, de restaurants draaien hier al Wham zonder enige gene en kerstkransen hangen op de deur.
’s Avonds komen we twee lokale boys tegen die aanbieden ons de volgende dag op de scooter rond de stad te brengen. Zo gezegd zo gedaan zitten we achterop bij Dol en Jerry en scheuren we door de straten, de bergen in. Het regent, maar het is nog steeds 30 graden en totaal niet koud. We stoppen op een aantal plekken, waarvan er een ’n ‘flowerfarm’ is. Als we aankomen blijkt dit een soort van Amsterdamse tuin inclusief windmolen te zijn. Voor Aziaten is dit iets exotisch en aparts, voor ons niet echt maar het uitzicht liegt er niet om.

DSC08780DSC08800DSC08802DSC08803DSC08805DSC08820

We bedanken de jongens en ruilen de drukte van Cebu in voor Bohol, een klein en relaxed eiland dat iets zuidelijker ligt (maar nog in de groene zone 😉 ). Ik heb de avond van te voren via internet een accomodatie geboekt, maar deze is op dit moment even onvindbaar. We vragen rond maar niemand lijkt ervan gehoord te hebben. We hebben geen internet en zullen dit oldschool moeten oplossen. Na een uur met backpack rondgedwaald te hebben – het zweet staat op dat moment in onze bilnaad – vinden we een tricycle chauffeur die weet waar we naartoe moeten. Een tricycle is trouwens een brommer met daaraan een karretje waar je met wat proppen met z’n tweetjes inpast. Ik heb de mensen hier er zelfs varkens mee zien vervoeren. De tricycle meneer zet ons af bij onze bestemming, en deze is super. Het zijn traditionele hutjes gemaakt van niks anders dan bamboe, riet en hout. Omdat het nog geen hoogseizoen is, is het erg rustig, maar dat vinden we stiekem wel chill. Er hangt een hangmat bij ons huisje en er rennen een paar kippen rond. We huren een scootertje en rijden zo het eiland rond, dat doordat we in het einde van het regenseizoen zitten erg groen is. De bevolking leeft hier nog heel primitief in hutjes en leeft van de landbouw waar men nog gebruikt maakt van waterbuffels. De palmbomen hebben voetstukjes zodat men makkelijker naar boven kan klimmen. We worden er soms op geattendeerd uit te kijken met vallende kokosnoten, ik denk dat deze redelijk hard aankomen.

 

DSC08826DSC08843DSC08877DSC08875DSC08873DSC08881
Na Bohol gaan we de rest van de week door met eilandhoppen en bezoeken we nog een paar kleinere eilanden in de buurt. Je kunt op sommige plaatsen super goed snorkelen en we komen een aantal reusachtige zeeschildpadden tegen. We proberen de lokale Jeepney om van A naar B te komen en dit is een hele ervaring. Onze tassen worden bovenop gegooid en in de Jeepney zitten misschien wel 20 mensen. Wordt hij echt vol, dan worden er bankjes tevoorschijn gehaald die in het midden kunnen staan zodat er nog meer mensen in passen. In de voorruit staat een jezusbeeldje en ik heb al vaker de chauffeurs een schietgebedje zien maken voordat we wegrijden. Ik denk dat dit niet geheel ongepast is.
In het plaatsje Moalboal slapen we in een klein hostel dat wordt gerund door Jayjay, een lieve man of vrouw (hier konden we het niet over eens worden) die ons verwend met pannekoeken en zelfgemaakte kokoswijn. Ze heeft een gezellig barretje waar briefjes hangen van mensen over de hele wereld. Blijkbaar maakt ze goede ‘veggie burgers’ want daar bedankt iedereen op de briefjes haar voor. De wereld is klein en ik kom Manu tegen, waar ik in 2015 mee heb gereisd door Azie. Ook kom ik Tommi tegen, een Fin waarmee ik samen in Australie mijn boerderijtraining heb gedaan. Het is gezellig in Moalboal en de rumcola gaat er goed in. Na een week eilandhoppen, snorkelen, zuipen en gezelligheid zijn we terug in Cebu om een vlucht te nemen naar onze volgende bestemming: het eiland Coron in het noord-westen van de Filipijnen.
DSC08904DSC08900DSC08920This photo is taken by AllWinner's v3-sdvDSC08939DSC08940DSC08943DSC08947

Live and let dive

Een van de voornaamste redenen waarom ik naar de Filipijnen wilde was vanwege het duiken. Ik heb mijn brevet op zak en hier moest maar eens goed gebruik van gemaakt worden. Daarbij is duiken hier aanzienlijk goedkoper dan in Australië en staat Coron bekend om zijn scheepswrakken. Deze Japanse wrakken zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog gebombardeerd door de Amerikanen en sommige liggen zo’n 30 meter diep. Pim wilt ook zijn brevet halen en we vinden een goede school op het eiland waar we de rest van de week zoet zullen zijn.
Mijn divemaster (= iemand die jou mag begeleiden op de duikplek) is Arjay, een kleine Filipino die mij en twee anderen mee naar onder zal nemen. We krijgen vooraf een korte uitleg over het eerste wrak en Arjay vraagt ons of we ook in het wrak willen duiken. Erin? Ik had tot nu toe alleen eromheen gedoken en dacht dat dit erg technisch en op hoger niveau zou zijn. Het is echter nog steeds Azie en de regels zijn hier niet heel streng. Deze kans krijg ik misschien maar een keer dus natuurlijk zeggen we alledrie volmondig ja. We krijgen allemaal een zaklamp en maken ons klaar voor onze eerste echte wrakduik. Eenmaal onderwater volgen we Arjay naar de eerste opening in het schip waar we naar binnen zwemmen. De kunst bij wrakduiken is zorgen dat je relaxed bent en niet teveel bewegingen met je benen maakt, anders wordt het een troebelige boel van opstuimend zand. Sommige openingen zijn heel krap en we moeten ons er rustig doorheen wurmen. Het idee dat je in een echt oorlogsschip zit is bijzonder en Arjay laat ons een aantal coole dingen zien die samen met het schip gezonken zijn: zakken met rijst, een zuurstofmasker en tegeltjes met Japanse tekst.
Iedereen in het hostel komt hier om te duiken waardoor we ’s avonds uitgeput op tijd in bed liggen. We krijgen bezoek van een paar bezoekers waaronder een enorme gekko en duizendpoot. Ik dacht dat ik de duizendpoot zelf uit de kamer zou kunnen krijgen maar hij is redelijk snel. Als ik de hostel eigenaar informeer over de bezoeker springt hij op, pakt zijn machete en hakt het dier in stukken. Blijkbaar zijn duizendpoten op dit formaat niet geheel vriendelijk en kunnen ze vies bijten. Ik heb mijn lesje geleerd en zal ze vanaf nu met rust laten.

 

DSC08949DSC08960DSC08999DSC09008DSC08967DSC09060DSC09037

Palawan

Na een week is Pim ‘advanced diver’ en heb ook ik een aantal duiken erbij. Coron is bijzonder, mooi en we hebben veel leuke reizigers ontmoet. We nemen de slowboat naar het eiland Palawan, waar we onze laatste week zullen verblijven. De tocht naar Palawan is redelijk ruig, maar de omgeving ontzettend mooi. Hier en daar zie je eilandjes en we stoppen onderweg om een passagier van een eiland op te pikken – alsof je in Nederland bij de bushalte staat te wachten. We komen aan in het plaatsje El Nido, een klein dorp gelegen tussen strand en een enorm karst gebergte. El Nido is redelijk toeristisch, druk en wat duurder dan wat we gewend zijn. We besluiten een kajak te huren en van het normale, drukke strand weg te gaan richting andere eilandjes. Je kan hier binnen een uur naar een ander eiland kajakken en zo komen we zelfs op een plek waar we het hele strand voor onszelf hebben. Als ons water en bananenbrood op is besluiten we terug te gaan naar de drukte van El Nido, waar op dat moment geen water en stroom is. Ook verdwalen we en komen we terecht tussen de vervallen huisjes van de lokale bevolking, waar ze poolen op een zelfgemaakte pooltafel.

 

DSC09074DSC09075DSC09093DSC09108DSC09138DSC09168DSC09171DSC09238DSC09236DSC09227
We kregen de tip om niet te lang in El Nido te blijven plakken maar ook vooral het plaatsje Port Barton uit te checken. Hier zit ik as we speak, een paar meter van het strand wat te tikken. Port Barton is de ideale plek om onze reis door de Filipijnen te beëindigen. We vliegen morgen namelijk naar Sulawesi, Indonesië voor een nieuw hoofdstuk van ons Azië avontuur. Ik ga weer proberen foto’s te maken, dingen in mijn hoofd op te slaan en een update te geven over wat we hier meemaken.

Alweer bedankt voor het lezen van dit beknopte reisverslag! Alles gaat goed, we genieten nog steeds en we gaan (zolang de beurs het trekt) nog even door.

Salamat (=Filipijns voor dankjewel),

Loekie

klik hier voor meer foto’s 🙂 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s