Indonesië·reizen

Sulawesi: net effe anders

Ik zit te kijken naar een man met maar één arm die aangespoeld plastic en afval op het strand aan het opruimen is. Ik ruik af en toe de geur van kampvuur. Ik zit in een hangmat bij ons hutje wat te chillen en scrol door de foto’s die ik de laatste twee weken gemaakt heb. Ik ben in Sulawesi, misschien wel de meest interessante plek waar ik tot nu toe geweest ben. Waarom? Dat ga ik jullie nu vertellen! Neem een kerstkransje en kopje thee (of glühwein) erbij en lees mee met ons avontuur in Indonesië.

Onbekend, onontdekt

Na drie weken in de Filipijnen gechilled te hebben was het tijd voor een wat meer educatievere reis, zo eentje waar je later nog steeds spannende verhalen over kunt vertellen. Ik kwam online een artikel tegen over Sulawesi – voorheen genaamd Celebes – het vier na grootste eiland in Indonesië. De conclusie na het lezen van dit artikel was: hier wil ik naartoe. Er zouden vulkanen, regenwoud, dorpjes, niet al te veel toeristen, rare rituelen en toch nog een beetje strand zijn. Een in onze ogen perfecte combinatie voor de komende weken van het Azië avontuur.

We (dit is overigens nog steeds Pim en ik, we houden het nog best goed met elkaar uit) begonnen onze reis in Manado, een stadje in het noorden van het eiland. Het was trouwens nog best een gedoe om naar hier te komen. We hadden een boot vanaf het zuiden van de Filipijnen kunnen nemen, maar de haven lag in rood oftewel no-go gebied. Dan maar vliegen, waaruit bleek dat we drie (!) vluchten en een hele omweg moesten nemen voordat we in Manado zouden zijn. Sulawesi stond op de planning, dus die planning houden we aan (ondanks dat de ticketprijs voor ons een beetje de pan uit rees). Na bijna een aansluiting gemist te hebben en 24 uur onderweg te zijn vliegen we dan toch op maandagochtend 4 december het bergachtige landschap van Sulawesi in.

Het eerste verschil wat ons opvalt in vergelijking met de Filipijnen is dat het spreken van Engels hier meer een uitzondering dan regel is. Best lastig, maar voor dat ‘avontuurlijke’ hadden we zelf gekozen. Verder hebben ze hier niet echt hostels waardoor we gedwongen zijn in hotels te slapen. Is af en toe best lekker, maar voor de portemonnee minder handig. Daarom proberen we de meest betaalbare hotels uit te zoeken. Ten derde lijkt het alsof we de enigste toeristen in Manado zijn, met als gevolg dat iedereen met je op de foto wilt. Ik weet nu in ieder geval dat ik nooit beroemd wil zijn. De mensen zijn hier overigens – ondanks de taalbarrière – wel super vriendelijk en gastvrij. Op straat krijgen we speciale thee en iedereen lacht en zegt heelloo mistaar en zwaait uitbundig.

Welcome to the jungle

We willen niet te lang stilzitten en op de foto gaan en besluiten de tweede dag de jungle in te gaan, in een gebied genaamd Tangkoko. Als we aankomen moeten we ons registreren in een boekje en zie ik dat de laatste persoon hier een week geleden was. Zoals ik al zei is Sulawesi geen hele populaire bestemming en zitten we trouwens ook al buiten het hoogseizoen. We vullen onze namen in en krijgen een lokale gids die ons de jungle mee zal innemen. Als we onszelf hebben in gesmeerd met een dikke laag anti-muggen crème gaat de tocht van start. Ik heb nog niet eens mijn camera uit mijn tas gehaald of de gids heeft de eerste apen al gesignaleerd. Als ik goed kijk zie ik inderdaad een paar rode billen ergens tussen de struiken opduiken. En nog een. Het blijkt een hele groep zwarte Makaken te zijn en het is best cool dat we ze tegenkomen want ze hebben niet altijd zin om zich te laten zien.

DSC09271
I see u

Goed, apen konden we al van ons lijstje afstrepen. We hadden in het kleine restaurant bij de ingang een foto van een beerkoeskoes zien hangen. Een wat? Een beerkoeskoes, een soort van aap die echter geen aap noch beer is. En jawel, ook de beerkoeskoes krijgen we in ons vizier. Om het nog moeilijker te maken heb ik geen foto van dit dier kunnen maken omdat ze zich vaak hoog in de bomen schuilhouden (zou ik ook doen) en zo traag zijn als een slak. Waar ik jullie wel nog een foto van kan laten zien is het spookdiertje, dat er letterlijk uitziet alsof het spoken ziet. Ogen zijn nogal uit proportie en ze zijn ongeveer zo groot als je hand, wat ze extra schattig maakt. Spookdiertjes wonen in gigantische bomen en onze gids gaat even kijken of ze thuis zijn door met een stok voorzichtig in de boom te wroeten. Spookdiertjes zijn nachtdieren en in het heetst van de dag is het voor hun geen ideaal moment hun gezicht aan een paar toeristen te laten zien. Het lijkt de loterij wel, want ook hier hebben we geluk en zien we een spookdiertje met grote ogen naar ons staren. Tangkoko krijgt van ons tien punten.

DSC09292DSC09280DSC09298DSC09287

Een klein plastic duikparadijs

We zetten de reis voort naar Bunaken, een mini eilandje ten noorden van Manado dat vooral onder de duikliefhebbers een populaire bestemming is. We nemen de lokale boot die volgepropt is met mensen, rijst, water en kippenvoer voor het eiland. Als we aankomen lopen we vast op het rif en wordt al snel duidelijk dat je niet hier naartoe hoeft voor mooie, uitgestrekte stranden. Overal liggen namelijk plastic bekertjes, snoepverpakkingen en ander rotzooi dat het (waarschijnlijk ooit) zo mooie Bunaken omtovert tot een kleine vuilnisbelt. Het trieste hiervan is ook nog eens dat een overgroot deel van het afval niet van het eiland zelf, maar vanaf het vaste land aangespoeld is. Als je uit Europa komt schrik je hier simpelweg van, maar voor de gemiddelde Indonesiër is dit niet meer dan normaal. Plastic blijkt een enorm probleem te zijn in dit land maar het is lastig mensen hiervan bewust te maken, omdat zij simpelweg niet anders gewend zijn.

We slapen in het hostel van Michiel, een Nederlander met Javaanse vrouw die bizar lekker voor ons kookt. Via Michiel komen we terecht bij de plaatselijke duikschool die ons mee naar beneden neemt. Ondanks dat Bunaken zelf dus niet zo mooi is, is alles eromheen prachtig. Een groot gedeelte van het strand is overwoekerd door mangroves en een aantal meter van het strand loopt het koraalrif 60 meter diep naar beneden in de vorm van een muur, ook wel The Wall genoemd. Dit is ook wat het gebied zo bijzonder maakt voor een duiker. The Wall is een belangrijke plek voor veel marineleven zoals schildpadden, haaien en natuurlijk oneindig veel vissen. Een van de schildpadden besluit nog even een dikke keutel te droppen en we liggen allemaal in een deuk (niet teveel want dan loopt er water in je masker en mond). De keutel verdwijnt binnen enkele minuten en blijkt voor andere vissen een feestmaal. The circle of life werd nog nooit zo duidelijk weergegeven.

This photo is taken by AllWinner's v3-sdv

This photo is taken by AllWinner's v3-sdv

This photo is taken by AllWinner's v3-sdv

This photo is taken by AllWinner's v3-sdv

Gezellig naar de markt in Tomohon

Omdat er naast duiken geen drol te beleven is op Bunaken houden we het na 2 dagen voor gezien en nemen we de boot terug naar het vaste land. We hebben gehoord over een extreme markt in het plaatsje Tomohon waar we een kijkje willen nemen. In het hotel vragen we naar de vervoersopties en deze zijn 1. een privéauto of 2. het openbaar vervoer, met een flink prijsverschil. We hebben eerder het openbaar vervoer genomen en dit was goed bevallen dus we gaan de uitdaging aan. We wisten dat de keerzijde van de medaille is dat alles waarschijnlijk wat meer tijd kost, dus beginnen we vroeg aan de dag. Waar we in Nederland werken met tijdschema’s en dienstregelingen, bestaat er in Indonesië de regel vol=vertrekken. Met geluk stap je dus in een bus die bijna vol is, met pech is deze net weg en zul je in een lege bus moeten wachten totdat elke plek bezet is (we hebben ondertussen beide situaties meegemaakt). De afstand Manado – Tomohon is op de kaart 25 kilometer, maar we hebben zo’n dikke twee uur over het stuk gedaan.

Waar we dus voor komen is de extreme markt en dat deze extreem is hebben we geweten. Er worden naast knoflook, hete pepers en kokosnoten namelijk ook dieren verkocht zoals honden, katten, vleermuizen en slangen. Niet als huisdier, maar voor op de barbecue. Ik heb dingen gezien waarvan mijn eetlust voor de rest van de dag als sneeuw voor de zon verdween. Zo worden hondjes levend uit een kooi gehaald, krijgen een flinke klap en worden vervolgens volledig afgebrand en tentoongesteld. En dit alles gebeurt dus voor de ogen van de rest van de dieren. Leuk is anders, maar die portie cultuur hebben we hier wel meegekregen. Ik zal jullie de minder smakelijke foto’s besparen, daarom hier wat vrolijkere foto’s van de knoflook en de pepers.

Na het hondenfiasco lezen Pim en ik elkaars gedachten en besluiten we de markt te verlaten. We kopen allebei een gebakje om de dag op dat moment te redden, maar op dat moment krijgen we niks door onze keel (ja, het was echt best wel extreem). We weten dat er een vulkaan iets buiten het dorp ligt en besluiten deze op te zoeken.

De zoektocht is niet heel lastig want de Lokon vulkaan torent boven de rest van het gebied uit als een enorme, groene berg. Op de weg naar de vulkaan zien we waarschuwingsborden met vulkanen en de evacuatieroute in het geval dat hij uitbarst. De laatste uitbarsting was namelijk redelijk recent, in 2013. Je kan dan ook nog steeds de modder- en puinstroom van toen naar boven volgen en op de top komt er zelfs nog een rookpluim uit het gebergte. Onder aan de berg komen we twee jongetjes tegen die met ons meewillen en zo hebben we opeens twee mini gidsen die ons naar boven begeleiden. Het is effe klimmen, maar dan heb je ook wat: we kijken uit op de enorme krater die een paar jaar geleden ontstaan is en de heerlijke geur (ahum) van zwavel komt ons tegemoet. We bedanken de gidsjes met wat zakgeld en nemen de lokale bus terug naar de stad.

DSC09338DSC09348DSC09350DSC09356DSC09388DSC09381DSC09357

Lekker lokaal in Rammang-Rammang

Na een week rond Manado rondgehuppeld te hebben is het tijd om door te gaan richting het zuiden. Ons eerste plan was dit te doen met openbaar vervoer en auto’s, maar we hebben ons een beetje vergist in de afstanden hier. Van Manado naar de grote stad in het zuiden, Makassar, leg je een weg van zo’n 1600 kilometer af. We besluiten dat we hier simpelweg niet genoeg tijd voor hebben en als we zien dat vliegtickets zo’n €30 kosten is de keuze snel gemaakt: we nemen het vliegtuig.

We komen na anderhalf uur vliegen aan in Makassar gelegen in het zuidelijkste puntje van Sulawesi. Omdat de steden hier niet meer zijn dan een grote verzameling van troep, scootertjes en chaos besluiten we meteen door te gaan naar onze volgende bestemming: Rammang-Rammang, een klein dorpje gelegen in een gebied vol karstgebergte. Het gebied blijkt maar twee accommodaties te hebben: een iets duurder en luxer hotel of een homestay. Een homestay is – zoals de naam al verklapt – het slapen bij lokale mensen thuis. Dit wilden wij sowieso in Sulawesi doen, dus boeken we een nachtje in het huisje van Nasroel en zijn familie. Voordat we aankomen in het dorp worden we nog even opgelicht door een taxichauffeur, maar we vergeten dit snel als we worden ontvangen in het dorp. Het huis van Nasroel en zijn familie is heel basic: een houten huis op palen zonder stromend water waar ze met zijn 5en wonen. Nasroel is de enige die Engels spreekt, dus hij zal tijdens ons verblijf als een soort tolk fungeren want iedereen is erg nieuwsgierig naar ons bleekscheten. Hij heeft zichzelf Engels geleerd en zijn droom is om te werken in toerisme. We krijgen van mam (Nasroels moeder, ze voelt even aan als onze moeder) kopjes kopie (Indonesisch voor koffie) en cassave en proberen met handen en voeten onszelf verstaanbaar te maken.

DSC09394DSC09396DSC09401DSC09418

De omgeving van Rammang-Rammang is prachtig en we maken een kleine wandeling door het dorp. Het mooie is dat het nog redelijk onontdekt is door de massa en men hier nog woont zoals 50 jaar geleden. Nasroel neemt ons mee naar het café van het dorp, gebouwd bovenop een rots met waanzinnig uitzicht. Bij zonsondergang kun je hier een enorm aantal vleermuizen zien die vanuit de grotten naar de stad vliegen.

We slapen die nacht in Nasroel’s kamer, die zelf daarom ergens anders in het huis op een matrasje op de grond slaapt. Hoe lief is dit? Ook wordt er drie keer per dag voor ons gekookt – natuurlijk veel te veel eten – en mogen wij beslissen wat we die dag gaan doen. Nasroel neemt ons mee het gebergte in, naar een ander gedeelte van het dorp dat alleen per bootje te bereiken is. Waar in het dorp nog best veel plastic ligt, merken we hier dat men bezig is met het behouden van de natuur en staan er bijvoorbeeld prullenbakjes in de boten. We praten hierover met Nasroel en hij lijkt zich bewust van het probleem dat plastic heet. De boottocht door het gebied is erg mooi en heerlijk rustgevend. Geen selfiesticks, getoeter of de geur van smog. We vragen Nasroel of hij blij is hier te wonen. Hij vertelt dat het een mooie omgeving is om op te groeien, maar dat hij ook jaloers is op ons. Hij is met zijn 23 jaar nog nooit buiten het dorp geweest (afgezien van de stad Makkasar) en zou ook graag reizen naar andere gebieden. Hij is in Makkasar alle fabrieken afgegaan voor een baan, maar tevergeefs kan hij geen werk vinden. We vertellen hem dat we er alle vertrouwen in hebben dat hij the next best tourguide van Rammang-Rammang is.

DSC09478DSC09485DSC09491DSC09494DSC09498DSC09501

Die avond belanden we in het familiehuis van het dorp. Dit familiehuis heeft als functie dat het hele dorp hier gezamenlijk kan koken, eten, kopjes kopie drinken en kletsen. Het is dan ook erg gezellig en er wordt goed voor ons gezorgd met lokale lekkernijen en cassave. Iedereen vindt ons mooi en wilt met ons op de foto. Zelfs mijn neus – een erfenis van m’n pa – valt enorm in de smaak en ook onze bleke huidjes zijn gewild in deze cultuur. Die avond is het tijd om Rammang-Rammang te verlaten en helpt Nasroel ons met het boeken van een nachtbus richting Toraja. Als dank geven we de familie wat extra geld, kleren en souvenirs uit de Filipijnen (die eigenlijk voor Nederland bestemd waren). Als je zo warm ontvangen wordt en er zo goed voor je gezorgd wordt door mensen die zelf echt niet veel hebben kun je bijna niet anders dan iets terug willen doen. Deze homestay was een van de mooiste ervaringen tot nu toe en ik kan het dan ook iedereen aanraden die graag een kijkje neemt in het lokale leven.

DSC09467DSC09464DSC09470DSC09524DSC09532DSC09548DSC09553

Bizarre begrafenissen in Torajaland

We nemen vanaf Rammang-Rammang een nachtbus richting Toraja, een gebied zo’n 350 kilometer ten noorden van het dorp. De nachtbus is meer een hotel op wielen er erg luxe, dus we kunnen redelijk slapen en besparen zo ook een nacht in een hotel. Als het rond 6 uur licht wordt zie ik het bergachtige landschap en lijkt de omgeving meer op het Indonesië dat ik voor ogen had met rijstvelden en traditionele houten huizen.

De reden dat we zo graag naar Toraja wilden was dat dit stuk erg interessant is op cultureel gebied. Kenmerkend zijn de traditionele huisjes, die lijken op omgekeerde schepen. Het leven van de mensen in Toraja draait grotendeels om godsdienst, voorouderverering en begrafenissen. Deze begrafenissen vinden elke dag plaats en zijn voor ons toeristen toegankelijk, wat zorgt voor een erg bizarre maar bijzondere ervaring. Er worden bijvoorbeeld dieren geofferd en het is een hele happening waar soms honderden mensen bij elkaar komen. Een begrafenis kan tot één week duren en de grootte van de begrafenis is een afschildering van de status van de overledene. Zo worden er soms per dag honderden varkens en tientallen waterbuffels ritueel geslacht en kan het een bloederig boeltje zijn. Het idee van deze offers is dat de overledene in de hemel een hogere status kan verkrijgen.

Na de hondjes van Tomohon hadden we een klein twijfelgevoel om het ritueel te bezoeken, maar we zijn niet voor niets dit hele stuk gereisd en besluiten gewoon een kijkje te gaan nemen. We springen op ons scootertje en gaan opzoek naar een begrafenis met de getekende kaart die we van ons hotel meekrijgen. Er zou er vandaag eentje zijn in een klein dorpje zo’n 30 kilometer van de stad waar we verblijven. Aangekomen in het dorpje vragen we naar de begrafenis en wordt gezegd dat we de grote trucks vol mensen moeten volgen. Deze trucks waren mij bij aankomst in Toraja al opgevallen en nu wist ik dus waar ze voor dienden: elke dag rijden ze vol met mensen naar de begrafenissen in het hele gebied. Zo gezegd volgen we een volgeladen truck en komen we aan bij een echte traditionele begrafenis inclusief schreeuwende varkens, kopjes kopie (natuurlijk) en mensen in prachtige kleding.

We worden aangesproken door een meisje die ons meeneemt naar een hutje waar de gasten verwelkomd worden met eten en drinken. Als toerist wordt je hier met open armen ontvangen (want: meer mensen betekent meer aanzien) en net zo behandeld als alle andere gasten. Als we wat gekletst en rondgekeken hebben mogen we doorlopen naar de plek waar de offers en dansen plaatsvinden. Dit is ook de plek waar het familiehuis inclusief lichaam van overledene staat. Ik ben brutaal en loop het huis in, waar we even later met familieleden van de overledene aan de praat raken. Het blijkt een 103-jarig mannetje zijn te geweest die al 5 maanden geleden overleden is. Vijf maanden hoor ik je denken? Yep, ook dit is heel normaal hier. Als iemand het loodje legt is het dus niet zo dat je een paar dagen later een begrafenis geregeld hebt. Daar gaat nog een heleboel aan vooraf, zo moeten er schulden afgelost worden en ruzies opgelost worden. Ook moet er genoeg geld zijn voor de begrafenis en moeten een paar honderd mensen ingelicht worden, die soms ook van buiten Sulawesi komen. Dit alles kan een paar maanden tot zelfs een jaar duren. De overledene wordt daarom gebalsemd en bewaard in het familiehuis, waarbij men geloofd dat de geest nog steeds voortleeft in het lichaam. We hebben een kijkje mogen nemen bij het mannetje en zien ook hoe een buffel geofferd wordt. Ondanks dat het een begrafenis is, is het niet een super trieste bedoeling zoals in veel andere landen. Er wordt ook gedanst en gelachen met het idee dat de overledene zijn laatste dagen op aarde met plezier moet doorbrengen.

DSC09799DSC09579DSC09590DSC09595DSC09600DSC09625DSC09615DSC09636DSC09629DSC09637

Als we horen dat de finale van het offeren gaat beginnen en er een tiental varkens de arena naar binnen worden gedragen, besluiten dat we die dag genoeg begrafenis gezien hebben en verlaten we het dorpje terug naar de stad.

De volgende dag huren we een scootertje om nog wat door de bergen van Toraja te scheuren en komen we langs rijstvelden, traditionele huisjes en grotten waar de doodskisten geplaatst worden. Toraja staat ook bekend om zijn lekkere koffie en we vinden om de hoek van ons hotel een klein café dat super lekkere kopjes serveert. Op zaterdag bezoeken we de markt waar men handelt in de buffels die gebruikt worden tijdens de begrafenissen. Het is hier een big business en er wordt verteld dat de witte buffel zelfs een waarde van €70.000 euro (!) heeft. Ondanks dat het offeren misschien een beetje cru klinkt, wordt een buffel hier tot aan het offeren op zijn wenken bediend en leiden zij een prima leven.

Zoals je merkt heb ik nogal wat foto’s om te showen, klik op een foto voor vergroting 🙂

Torajaland is zeker een aanrader als je traditionele cultuur wilt zien. Heb je een sterke maag, ga dan ook opzoek naar een begrafenis en zie hoe de mensen hier omgaan met de dood.

We verlaten Toraja weer richting het zuiden en hebben eigenlijk nog zin in wat strand. Er blijkt een mooi kustplaatsje te zijn in het zuid-oosten van Sulawesi genaamd Bira waar we onze reis zullen afsluiten. We hebben een overnachting in het plaatsje Sengkang, dat bekend staat om zijn drijvende vissershuizen. Vanaf Sengkang nemen we een lokale bus richting Bira, een tocht van zo’n 8 uur in een volgepropt busje. Bira is prachtig ondanks dat ook hier – verassing – bergen met plastic liggen. Mensen zijn hier wel bezig met het opruimen van de troep en de oorzaak is het moessonseizoen dat verdwaald plastic laat aanspoelen. We zijn niet rijk, maar hebben een fuck it momentje en boeken onze laatste nachten in een huisje aan het strand inclusief hangmatten en uitzicht op zee.

En dan is het moment gekomen dat ik op 23 december alleen op het vliegveld van Jakarta sta, om het vliegtuig richting Nederland te nemen. Na 15 maanden komt er een einde aan mijn Australië-Filipijnen-Indonesië avontuur en zorg ik dat ik op kerstavond gezellig onder de kerstboom zit. Ik ben ondertussen bijna een week terug en moet toegeven dat de cultuurshock er goed in zit, maar het is wel super om iedereen na zo’n lange tijd weer te zien en knuffelen. Wat 2018 voor mij gaat brengen ben ik nog niet helemaal over uit, de travelbug is in ieder geval redelijk sterk aanwezig. Of moet ik dan toch eens beginnen aan het volwassen leven? Ik hoop hier de komende weken een eureka momentje over te krijgen. Het afgelopen jaar was voor mij in ieder geval een enorme ervaring en ik ben super blij dat ik deze keus gemaakt heb. Reizen is in mijn ogen enorm goed voor je ontwikkeling en het stappen uit je comfort zone en ik kan het iedereen aanraden!

Voor nu alvast een knallend 2018 en bedankt voor alle leuke reacties op mijn reisverhalen!

Misschien tot een volgende keer vanuit een nieuwe bestemming,

Loekie

 

Kijk hier voor meer foto’s

Een gedachte over “Sulawesi: net effe anders

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s